Haftara Jom Kippoer

Afgelopen Jom Kippoer mocht ik de Haftara doen in de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Hieronder de uitgesproken tekst:

 

Zoals rabbijn Menno ten Brink al besprak in zijn drosje ( praatje) voor Erev Rosh Hashanna gebeuren er tegenwoordig verschrikkelijke dingen in de wereld. Je kan geen krant openslaan, geen tv of computer aandoen zonder te horen over honger, dood en verderf. De hele wereld lijkt in vuur en vlam te staan en miljoenen zijn op de vlucht. Er staat steeds meer marechaussee voor de deur van sjoel en  deze week werd er zelfs nóg een extra hek  rondom het Cheider geplaatst. De meeste mensen trekken zich terug als ze dit horen, gaan in de eigen veilige groep en laten de “enge” buitenwereld niet toe.

De Joodse traditie leert ons echter wat anders. Ahavta lereacha kamocha : houd van je naaste als van jezelf. Je wilt zelf geholpen worden als je het moeilijk hebt, moet je dat dan ook niet voor anderen doen? Juist in tijden van nood? Velen staan hier met de Hoge Feestdagen wel bij stil. Ze kijken naar hun eigen tekortkomingen, vasten, geven misschien een donatie aan een goed doel en…. gaan na het aanbijten gewoon verder met hun oude gedrag.

Volgens de Haftara die we vandaag lezen, Jesaja 57:14-58:14,  is dit niet de bedoeling. We kunnen nu wel een dag braaf vasten, boete doen voor onze zonden, maar wat heeft het voor zin als we daarna weer verder gaan met ons oude gedrag?  Zou Hashem het echt zo belangrijk vinden dat wij een dag niet eten als wij ons de rest van het jaar onze medemensen laten sterven door honger en oorlog?

In de Haftara roepen mensen tot Hashem: Waarom helpt het niet dat wij een dag vasten? Als wij boeten doen, kunt u toch de rest van het werk afmaken? Hashem antwoordt echter door te zeggen: Nee! Zo makkelijk is het niet. De mens heeft een eigen verantwoordelijkheid gekregen en moet die ook nemen.

Nou hoor ik u zeggen: Moeten we niet eerst voor onszelf zorgen? Of: er is zoveel leed in de wereld, dat kunnen wij toch niet allemaal verhelpen? Inderdaad dat klopt, alles kunnen we niet doen. Natuurlijk zijn er grenzen, zeker waar het over onze veiligheid gaat, maar heeft de Tora ons niet geleerd over Tikkoen Olam? Het herstellen van de wereld kan soms klein beginnen. Je kan een brood kopen voor de bedelaar buiten bij de Albert Heijn, een gesprekje aanknopen met een eenzame oude man in een bushalte. Het hoeft niks te kosten, alleen een beetje tijd en energie.

Een andere optie is je inzetten voor dialoog. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat er  veel problemen in deze wereld zijn door onbegrip. Wat een boer niet kent dat vreet hij niet. Bij mijn werk in de dialoog sfeer hoor ik verschillende vooroordelen over joden voorbij komen: we beheersen de wereld, we zijn demonen, we willen alleen maar oorlog. Maar ook wij, ook ik, heb(ben) vooroordelen. Juist die vooroordelen zijn gevaarlijk. Hoe hoger we onze muren bouwen om ons te beschermen tegen wapens, hoe meer kracht de vooroordelen krijgen. Door iemand uit te nodigen bij ons in sjoel of zelfs thuis kan je het gesprek aangaan en proberen deze vooroordelen weg te nemen.

Misschien zou uw bijdrage aan Tikkoen Olam dit jaar kunnen zijn dat u een keer bij een van onze vele dialoogbijeenkomsten komt? Kijk de ander die u zo eng vindt in de ogen. Misschien lukt het ons dan om de wens in de Haftara volgend jaar te vervolmaken: het herstellen van eeuwenoude gebouwen en het genezen van alle mensen. Be Ezrat Hashem…

De grenzen van verdraagzaamheid

  • Ver·draag·zaam (bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: verdraagzamer, overtreffende trap: verdraagzaamst): “bereid andersdenkenden te verdragen; tolerant” (van Dale)
  • Grens (de; v(m); meervoud: grenzen): “denkbeeldige, scheidende lijn: een staatkundige grens; de grenzen overschrijden (of: te buiten gaan) te ver gaan”

Introductie

Nederland is een divers en multicultureel land. Vooral in de grote steden, zijn we een mengelmoes van culturen, etnische achtergronden, religies, en meningen. Het valt niet te ontkennen dat spanningen in de wereld – terreur, religieus radicalisme, economische onzekerheid – ervoor zorgen dat men steeds vaker met een scheef oog naar die diversiteit kijkt. Nederland roept voortdurend op tot meer tolerantie en verdraagzaamheid – ogenschijnlijk om de gemoederen te sussen – maar ook om dat deel van onze identiteit te benadrukken.

Want al eeuwenlang is Nederland trots op haar tolerante samenleving waarin iedereen kan zijn wie die is – homoseksueel, transgender, Jood, Moslim, VVD of SP. Maar is dit wel zo? Is Nederland wel zo verdraagzaam en tolerant als we ons voorhouden te zijn? Bovendien, wat is verdraagzaamheid eigenlijk, en is het wel iets wat we zouden moeten nastreven? Zitten er grenzen aan verdraagzaamheid, en zo ja, waar horen die dan te liggen? Zit Nederland aan de grenzen van haar verdraagzaamheid, nu ze zo getest wordt? Is verdraagzamer zijn de oplossing?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we terug naar de kern. Wat is verdraagzaamheid nu precies?

Verdraagzaamheid is een gecompliceerd begrip. Heel basaal verwijst het naar iets of iemand die verdragen wordt, en naar een persoon die de actie (het verdragen) uitvoert. Maar wat verdraagt iemand nu eigenlijk? Je zegt nooit: “ik verdraag de liefde van mijn partner”, of “ik tolereer het vinden van een goede baan”. Waarom klinkt dat zo gek? “Verdragen” zegt iets over de te verdragen persoon, of situatie.

Het spreekwoord “Als je wilt dat je kippen eieren leggen, dan moet je het kakelen verdragen” laat dit goed zien. Gekakel is niet bepaald prettig. ‘Verdragen’ geeft een inherent negatief oordeel over de persoon, situatie of het object dat verdragen wordt. Daarmee is ‘verdragen’ fundamenteel anders dan bijvoorbeeld verwelkomen. Je verdraagt een gezellige avond met vrienden niet, die verwelkom je. Op het eerste gezicht lijkt verdraagzaamheid dus een vorm van acceptatie, maar is het nèt niet.

Een land van melk en honing

Al sinds de late middeleeuwen zijn groepen die in andere landen vervolgd werden vanwege hun religie of afkomst, in Nederland welkom. Joden, Hugenoten en Katholieken kwamen naar Nederland om te genieten van onze tolerante samenleving, om vrij en veilig te zijn. Trots wordt er in de geschiedenisboeken beschreven dat mensen bij ons zichzelf mochten zijn.

Maar tussen waarheid en leugen ligt een glibberig pad. In het Protestantse Amsterdam bijvoorbeeld, waren Katholieke kerken alleen toegestaan als schuilkerk. Zo waren deze bijvoorbeeld gevestigd op de zolders van grachtenpanden, waarvan niemand officieel wist waar ze waren. Een 17de eeuws voorbeeld hiervan is nog steeds te bezichtigen in het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Ook Joden mochten hun synagogen bouwen en hadden zelfs hun eigen rechtssysteem. Desondanks mochten ze geen lid worden van gildes, moesten vooral niet teveel opvallen en konden ze alleen hulp verwachten uit hun eigen gemeenschap. Ze mochten fysiek wel in Amsterdam zijn, maar niet volledig deel uitmaken van de maatschappij. Daardoor werden Joden gedwongen om in zogenaamde ‘vrije beroepen’ te gaan werken, zoals voddenraper of diamantslijper. Mede daardoor leefden veel Joden onder de armoedegrens. De oude Joodse buurten (bijvoorbeeld rondom Waterlooplein) waren de armste van Amsterdam, waar de slechte hygiëne diverse besmettelijke ziektes tot gevolg had, zoals het ‘Jodenoog’ (trachoom). We kunnen ons dus afvragen of Amsterdam werkelijk zo tolerant was als we beweren.

Hoewel diversiteit een onderwerp is dat steeds meer onder spanning komt te staan, is de tolerantie van de Nederlandse samenleving en de lange geschiedenis daarvan iets waar een meerderheid trots op is. Maar daarmee vergeten we eigenlijk dat er in datzelfde tolerante verleden ook fouten zijn gemaakt, zoals de slavernij en het kolonialisme. Waar aan de ene kant de beleving bestaat van het ‘tolerante’ Gouden-Eeuwse Amsterdam als een mengelmoes van religies en culturen, vergeten we dat de slavenhandel in Nederland pas werd afgeschaft in 1818, en Nederland als één van de laatste landen in Europa ook daadwerkelijk een einde maakte aan de slavernij op 1 juli 1863.

Vaak is er in tolerantie en verdraagzaamheid sprake van een bepaalde vorm van egostreling. Want wie tolerant en verdraagzaam is, is een goed mens. Inherent aan het begrip is dus niet alleen de negatieve interpretatie van datgene dat verdragen wordt, maar ook de positieve, bijna arrogante hoedanigheid van de verdrager. Niet voor niets zei de Libanees-Amerikaans schrijver Kahlil Gibran “verdraagzaamheid, is liefde bevangen door de ziekte van hooghartigheid”. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor reflectie en zelfkritiek. Dan komt het vaak nog harder aan als een minderheidsgroep (de verdragenen) wél kritisch zijn op het heden danwel het verleden. Mensen zijn vaak tot op het bot beledigd als ze worden aangesproken op de andere kant van onze tolerante samenleving. “Hoe durft iemand die het zo goed heeft bij ons, te klagen”, is iets dat je nu ook terugziet bij de discussie rondom Sylvana Simons. Maar is zij niet gewoon een Nederlander zoals wij allemaal? Met net zoveel recht op klagen? Waarom mogen zogenaamde “autochtone “Nederlanders wel klagen over, bijvoorbeeld, de vele “buitenlanders”, maar mogen mensen met een andere etnische achtergrond niet klagen over de gebrekken die zij zien in Nederland?

Een scheve verhouding

In ‘A is een letter’ van Hugo Brandt Corstius schreef hij: “verdraagzaamheid, het inzicht dat de ander toch te stom is om tot een beter inzicht te komen”. Verdraagzaamheid is de superieuriteit van de verdrager tegenover de inferieuriteit van de te verdragene. Die verhouding is scheef. Het is  meestal de machthebbende partij die de  gebreken tolereert van de de partij die onderdrukt wordt. Denk bijvoorbeeld aan Zuid-Afrika. De Afrikanen ‘verdroegen’ de Boeren van Nederlandse komaf en hun apartheid regime niet, daar hadden ze simpelweg geen keuze is. En hoe zou het voelen, als het algemeen bekend was dat ‘allochtone’ Nederlanders de ‘autochtone’ Nederlanders slechts ‘verdragen’? In verdraagzaamheid zit een machtsstrijd tussen een onderdrukte minderheidsgroep en de machtgebbende meerderheid.

Bovendien is verdraagzaamheid is vaak flinterdun: zodra iemand ‘over de schreef gaat’, en iets zegt dat machthebbende partij tegen de borst stoot, is tolerantie snel weg. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen met zaken als de zwarte pieten discussie. De minderheidsgroep, in dit geval vooral van Surinaamse afkomst, wordt, omdat ze wijzen op het racistische karakter van ons Sinterklaasfeest, weggezet als ondankbaar. Hoewel velen al generaties lang in Nederland wonen, goed Nederlands spreken en volledig deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, worden ze bestempeld als ‘verraders’ en ‘buitenlanders’ omdat ze een andere mening hebben dan de ‘autochtone’ meerderheid. Ze moeten zelfs maar ‘terug naar hun eigen land’.

De verbinding (ver te) zoeken

Het probleem van verdraagzaamheid is dat het een onecht gevoel van verbinding geeft, waardoor mensen geen verdere stappen denken te hoeven ondernemen. Verdragen kun je zelfs zien als een valse vorm van engagement – want niemand kan écht met elkaar in dialoog als zij niet op gelijke voet staan. Verdraagzaamheid geeft dus weinig gelegengeid tot het écht van elkaar kunnen leren.

Verschil – in religie, afkomst, cultuur, mening – wordt vaker wel dan niet als iets negatiefs gezien. Verschil duwt ons uit onze comfortzones waar alles is zoals het al jaren is geweest. We voelen ons veilig als we onze wereld kunnen doorgronden, voorspellen. De ander, met zijn andersheid, begrijpen we niet, en uit angst sluiten we onze deuren. De ander voelt zich vervolgens bestempeld als antagonist en doet ter verdediging ook de deur dicht.

Door een ander toe te laten en ook écht met die ander in gesprek te gaan, zouden jouw eigen ideeën wel eens kunnen veranderen. Die verandering, het onbekende, is eng: misschien kom je er achter dat je bepaalde dingen al jarenland verkeerd ziet. Toegeven dat je verkeerd zit, is misschien wel het moeilijkste van het menselijk bestaan. Het vergt een hoop moed, want je eigen fouten erkennen zou zomaar wel eens een deuk in je zelfvertrouwen kunnen betekenen. De ander betekend ‘gevaar!’ en het is dus makkelijker om jezelf af te sluiten.

Verschil als voordeel

Eén oplossing die veelal wordt aangedragen is het ontkennen van verschil: “wat nou verschil, we zijn toch allemaal hetzelfde?” Hetzelfde zijn is veilig. Iemand die hetzelfde is, heeft overeenkomstige opvattingen, en dat betekent dat jouw opvattingen dus worden gesteund. Zo sta je niet alleen. Maar, accepteren we daarmee verschil, andersheid? Nee! Het wordt slechts ontkend.

We zijn niet hetzelfde. We hebben verschillende culturen, etniciteiten, genders, religies, seksuele voorkeuren. We hebben als ‘mens’ de meest uiteenlopende en kleurrijke ideeën en competenties. Waar de één schitterend viool kan spelen, kan een ander prachtig voetballen, schilderen of kritisch nadenken. We zijn man, vrouw, of iets daar tussenin. We hebben verschillende behoeften, verschillende tradities. Van vijfmaal per dag bidden en het vieren van de Ramadan tot het eten van rauwe vis opgerold in zeewier en rijst tot het bouwen van dijken en machtige waterwerken. Waarom zou dat iets slechts moeten zijn dat we óf moeten ontkennen, óf moeten verdragen?

We zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Dat niet-gelijk zijn heeft zelfs zo zijn voordelen. Diverse psychologische onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat teams bestaande uit mensen met uiteenlopende achtergronden (etnisch, cultureel, religieus, professioneel, etc.) goede resultaten boeken. Het is niet zozeer dat ze meer oplossingen aanbrengen dan homgenere teams, maar wel kwalitatief betere oplossingen. Zo heeft diversiteit zelfs professioneel en economisch voordeel.

We kunnen niet erkennen dat verschil ook tot hevige conflicten kan leiden. Hedendaagse oorlogen gaan bijna allemaal over verschil van mening. Maar verdraagzaameid is daar geen antwoord op. Conflicten ontstaan uit onbegrip, en onbegrip wordt niet opgelost door verdragen omdat je daarmee het verschil slechts uit de weg gaat. Sociale problemen kunnen alleen opgelost worden door de kern van het probleem te doorgronden, door te begrijpen. Dat klinkt eng. Vaak lijken de ‘keiharde aanpak’ en zero tolerance politiek in eerste instantie gepaster, omdat ze inspelen op onze gevoelens van onrechtvaardigheid. Maar daar lossen we het probleem niet mee op.

Tot slot

Verdraagzaamheid is beladen met de ongelijkheid tussen de verdragers en de verdragenen. Daarom is niet verdraagzaamheid, maar op gelijke voet de verbintenis blijven opzoeken de oplossing. Misschien is dialoog in eerste instantie makkelijker als we benadrukken in welke dingen we wél hetzelfde zijn: we willen gelukkig zijn, we willen een goed leven voor onze geliefden, we willen zinvol werk doen. Maar daarna komt het zware werk. Laten we nou eens proberen om naar het besef toe te werken dat verschillen niet zo eng zijn als we denken. Dat kan in kleine stappen, Rome is immers ook niet in één dag gebouwd. Ga eens het gesprek met elkaar aan. Vraag eens wat iemands beweegredenen zijn, en gebruik het antwoord om op jouw eigen motieven te reflecteren. De ander is een spiegel: door een ander vragen te stellen kan je je eigen standpunten beter leren kennen. Groeien doen we niet in onze comfortzone, maar nèt daarbuiten. Dus die grenzen, die mogen nog een heel eind verlegd worden.

Verscheen eerder op Nieuw Wij, geschreven met Rosanne Anholt

 

Dialoog

Zoals velen van jullie weten ben ik al enkele jaren actief in de dialoogscene. In het betrekkelijk kleine Amsterdam ( vergeleken met andere wereldsteden) wonen 180 verschillende nationaliteiten. Deze 180 nationaliteiten zijn weer verdeeld in talloze levensbeschouwelijke stromingen. Sommige klein, andere groot en invloedrijk. Veel van deze 180 nationaliteiten leven op hun eigen eilandje. Ze gaan naar hun eigen bakker, hun eigen slager en sturen hun kinderen naar een school waar veel leerlingen van hun eigen nationaliteit of levensbeschouwing naar toe gaan. Hoewel om hun heen mensen wonen van andere culturen, hebben ze deze nog nooit echt in hun ogen gekeken. Ze hebben nog nooit een echt gesprek met elkaar gevoerd.

Het spreekwoord zegt het al: “Wat een boer niet kent dat vreet hij niet.” Dit geldt niet alleen voor de boer, maar voor bijna iedereen. Als je iets niet kent dan vind je het eng, gek of misschien wel gevaarlijk. Ik vind het daarom belangrijk om mensen met elkaar in contact te laten komen. Zeker die mensen die normaliter met elkaar in gesprek raken.

Een van de manieren om dit te doen is via het Breed Interreligieus Overleg ( Bio) in Amsterdam Oost. Via die weg heb ik al een keer een interreligieuze kerkdienst mogen begeleiden in de Muiderkerk waarbij vertegenwoordigers van verschillende levensbeschouwingen een korte lezing of optreden mochten houden. Zo was er een prachtig zangoptreden van kinderen van de Al Kabir moskee. Natuurlijk werd er afgesloten met eten.

muiderkerk

10 Mei was er weer zo’n bijeenkomst in de Hofkerk. Rondom het thema “De vier vrijheden” waren er eerst drie lezingen van een Rabbijn, een Imam en een Priester die ik mocht inleiden. Vervolgens gingen de deelnemers zelf met elkaar in gesprek onder leiding van Dialoog in Actie  van Joke Jongejan. Het is hierbij de bedoeling dat je elkaar vertelt over jouw beleving van bepaalde onderwerpen. Er is geen goed of fout. het gaat om jouw lezing. Dit helpt om je in te leven in elkaars standpunten. Natuurlijk werd er ook hier weer afgesloten met een heerlijke maaltijd.

hofkerk

Ik voel me heel erg gelukkig dat ik deel mag uitmaken van dit soort prachtige bijeenkomsten. Hopelijk kunnen we door elkaar recht in de ogen te kijken en te horen hoe een ander iets beleeft elkaar beter begrijpen en niet alleen maar meteen oordelen. Volg vooral het Bio bij hun activiteiten op Facebook mochten jullie ook een keer willen meedoen.

 

Dialoogseider

Sinds enige maanden ben ik lid van de Dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Elke paar maanden organiseren we activiteiten zoals debatten of filmavonden. Deze keer was het tijd voor de tweejaarlijkse dialoogseider.

Bij deze seider werden mensen van allerlei levensbeschouwelijke stromingen uitgenodigd ( 120 in totaal!) en bespraken we met zijn allen het Pesach verhaal. Dit werd begeleid door verschillende sprekers zoals Achmed Baadoud, Chantal Suissa en mijzelf.

Het was een erg inspirerende avond met bijzondere gesprekken, lekker eten en mooie speeches. Hieronder mijn mini-speech.

dialoogseider

“Gastvrijheid is een veelbesproken thema in deze tijd. Iedereen heeft er wel een mening over. Binnen alle religieuze tradities is gastvrijheid een belangrijke waarde, zo ook in de Joodse. Zo wordt gezegd: ‘Moge je huis een ontmoetingsplaat zijn voor wijzen, word vuil in het vuil van hun voeten en drink dorstig hun woorden op. Zet je deuren wijd open en laat de armen deel zijn van je huis.’ En ‘Wie weet of de gast die u uitnodigt niet ook de profeet Elia zal blijken te zijn?’

Gastvrijheid is echter niet altijd makkelijk. Vanuit de gastheer gezien heerst de angst: ‘wat als mijn gast mijn grenzen overschrijdt? Als er teveel “gasten” zijn kan ik dan mijn eigen identiteit wel behouden?’

Maar ook vanuit de kant van de gast gezien is het niet altijd fijn. Het woord gast zegt het al. Als je ergens te gast bent ben je op een bepaalde manier ondergeschikt. Je moet je aanpassen aan de gewoontes van je gastheer of gastvrouw. Dit kan gaan over betrekkelijk kleine dingen zoals wanneer of wat je eet of, of  dat je wel of niet schoenen uit doet, maar kan veel verder gaan. Soms kan het voelen alsof je je eigen identiteit moet opgeven. Iets wat zeer beangstigend kan zijn, zeker bij mensen die je niet zo goed kent.

Daarnaast geeft het idee van ergens gast zijn een bepaalde afstand aan. Een gast is altijd een soort van buitenstaander, geen insider.

Dit thema wordt vooral belangrijk als het gaat over de nieuwe Nederlanders. Natuurlijk is het belangrijk om ze gastvrij te behandelen. Ze te verwelkomen in ons land, in onze huizen, aan onze tafels. Maar belangrijker is om te zorgen dat het niet meer gasten zijn. Ze thuis te laten zijn in Nederland. Dan pas kunnen ze een gelijkwaardige positie krijgen.”

Oorlog en Vrede

Ook dit jaar organiseerde het Dominicanenklooster in Huissen weer een trialoogweekend van Joodse, christelijke en islamitische vrouwen. Deze keer was het thema oorlog en vrede. Toen wij voor het eerst met het organiserende team samen kwamen was ik sceptisch. Zo een beladen thema in zo een beladen tijd?

Op vrijdagavond kwam de groep voor het eerst samen. Nog wat onwennig gingen we na het vieren van sjabbat het rijtje af waarbij we allemaal vertelden waarom we hier waren gekomen. Hoewel de verhalen allemaal anders waren was het kenmerk toch wel: samen het gesprek aan gaan, juíst in deze moeilijke tijden. de meeste van de deelnemers spraken uit angst te hebben voor een verdere polarisatie. De gesprekken kwamen al snel los en een gezellige avond van verbinding volgde.

lezing dominicanenklooster.jpg

De volgende ochtend gingen we serieus van start. De christelijke lezing van Ge Speelman was als eerste, waarbij vooral de nadruk werd gelegd op wat is nou precies oorlog en strijd? Wat zijn machtsverhoudingen. Daarna was ik aan de beurt. Ik vertelde over het ontstaan van de Joodse wet en wat die zei over oorlog. Vooral het idee dat er nu in principe geen aanvallende oorlog gehouden mag houden, vanwege het gebrek aan Sanhedrin, sprak erg aan. Alleen een verdedigende oorlog is toegestaan. Dit riep natuurlijk wel vragen op over wanneer een oorlog dan verdedigend is. Ik gaf aan dat het belangrijkste bij het Jodendom is dat je met elkaar in gesprek blijft gaan. Er is bijna geen goed of fout. zolang je maar je mening beargumenteert. De islamitische lezing van Stella van Weteringen was ook erg interessant. Zeker de vraag hoe de terroristen verantwoordingen voor hun daden kunnen vinden in de teksten van de Koran. Stella legde goed uit hoe bepaalde teksten op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Net zo goed als in de Tora of Bijbel natuurlijk.

De middag was gereserveerd voor het lernen. Na een uitleg van de vorm gingen de deelnemers zelf aan de slag. Ik had ze Jesjajahoe 2:4 laten lezen waarbij opgeroepen wordt tot vrede voor alle volkeren. Vooral het element dat dit elke zaterdag in de sjabbatsdienst wordt gelezen sprak aan. Een aantal van de deelnemers geloofden dat joden juist altijd oproepen tot geweld, het feit dat juist de oproep tot vrede zo een centraal punt inneemt in de liturgie vonden ze mooi.

dominicanenklooster

De dag werd afgesloten met de film Arranged over een Joodse en islamitische vrouw in Amerika die beide worden uitgehuwelijkt. Hierbij vinden ze het contact met elkaar en natuurlijk ook uiteindelijk met hun grote liefde. Ach liefde en eten verbinden altijd…

Mo en Moos in Nijmegen

Zoals de meeste van jullie weten ben ik al 1,5 jaar actief bij Mo en Moos. Bij dit trainee project van de gemeente Amsterdam hebben Joodse en Islamitische Young professionals trainingen gehad over elkaars religie, over de media en nog veel meer. De laatste weken hadden wij vooral les in het geven van trainingen voor verschillende organisaties. Nu was het tijd om de grote wereld in te gaan en te laten zien waar wij zo lang voor geleerd hadden.

Zaterdag 28 februari was dan eindelijk de dag aangebroken dat Soumicha en ik naar Nijmegen mochten gaan. Wij waren uitgenodigd om een initiatief te begeleiden van verschillende moskeeën en synagogen om Islamitische en Joodse leden met elkaar in contact te brengen. De bedoeling was dat wij door een van onze trainingen te geven het ijs zouden breken en de gesprekken in goede banen zouden leiden.

Rob en soumicha

De groep kwam enthousiast binnen. Het bleek een grote en diverse groep, zowel in leeftijd (14-80) als in achtergrond. We begonnen met een oefening “de wind waait voor”. Hierbij vormt zich een cirkel waarbij een iemand in het midden staat.  Diegene noemt iets wat voor hem/haar geldt en hopelijk ook voor anderen in de groep. Iedereen die zich aangesproken voelt door het gezegde staat op en verwisselt van plaats. Als het goed is blijft er daardoor een ander over in het midden, waarna het spelletje zich herhaalt. Dit zorgde voor hilarische taferelen waarbij iedereen half over elkaar heen rolde. Het ijs was dus snel gebroken.

Hierna moesten de deelnemers in kleine groepjes stellingen bedenken die ze wilden bespreken. Soumicha en ik kozen hier vervolgens zes stellingen uit. Stellingen die benoemd werden waren bijvoorbeeld ‘antisemitisme en islamofobie is hetzelfde’. Toen was het tijd voor eten. En zoals altijd, eten verbindt!

nijmegen 3

Na het eten gingen we echt aan de gang. Wij hadden de stellingen op flipovers geschreven die verspreid waren over de ruimte. De deelnemers liepen vervolgens rond en schreven zwijgend hun mening hierover in 1 zin op. Het voordeel hiervan is dat iedereen goed kan nadenken over wat hij/zij zegt. Dit bleek nog lastig omdat een gedeelte van de deelnemers geen Nederlands kon schrijven.Na deze oefening verdeelde men zich in groepjes bij de stelling die hem/haar het meeste aansprak.

nijmegen 2

De avond eindigde met een nagesprek in een kring. Hierbij gaven de deelnemers aan dat ze het geheel als heel positief hadden ervaren maar graag nog wat meer hadden willen discussiëren. Graag wel met onze begeleiding. Dus…the story continues….

Een verslag van de avond staat op : http://www.rlrnijmegen.nl/tweede-joods-islamitische-ontmoetingsmiddag-in-nijmegen/

Gastlessen Pabo Saxion Deventer

Religie onderwijs door middel van gastsprekers is mijn inziens de beste methode om een helder, zo min mogelijk bevooroordeeld, beeld te krijgen van de verschillende religies. Toen ik gevraagd werd mee te werken aan een project hierover bij de Saxion Pabo in Deventer was ik dan ook meteen enthousiast. Er werden verschillende lesmiddagen georganiseerd waarbij vertegenwoordigers van levensbeschouwelijke stromingen en geloofsrichtingen zoals het Katholicisme, Humanisme en Protestantisme vertelden over hun ervaringen met het geloof. Na deze middagen waren er drie fora georganiseerd waarbij de leerlingen in gesprek konden gaan met de hele groep bij elkaar.

In mijn gastlessen vertelde ik over het Jodendom. Als voorbereiding hierop hadden de studenten vragen ingestuurd. Om deze vragen zoveel mogelijk te structureren had ik de opbouw van het Joods Historisch kindermuseum in Amsterdam gebruikt. In elke kamer is een ander thema. Zo vertelde ik in de woonkamer over de diversiteit in het Jodendom en in de studeerkamer over het belang van (zelf) studie.

les pabo

Elke kamer had een bijbehorende opdracht. De meeste studenten hadden aangegeven vooral iets te willen leren over hoe ze het Jodendom moesten overbrengen op hun klas. Daarom waren de vragen hierop gericht. De opdrachten konden ze vervolgens gebruiken in hun portfolio. Aan het einde van de vier uur durende les reageerden de leerlingen erg enthousiast. Veel van hun hadden er al een lange dag opzitten en waren toch geen moment verveeld geweest. Het was een goede combinatie van luisteren en verwerken.

Een week later volgde de 3 fora. Hierbij waren vertegenwoordigers van het Hindoeïsme, Katholicisme, Protestantisme, Islam, Humanisme en het Jodendom. De begeleidster, Marleen Boon, had de vragen van de studenten teruggebracht tot zes levensvragen. Ze leidde deze vragen steeds mooi in door het voorlezen van een gedicht, een krantenartikel of het laten horen van  een lied.  Vervolgens hadden de leerlingen de kans om ons vragen te stellen.

Er was drie uur uitgetrokken voor het forum maar de tijd vloog voorbij. Alle zes de forumleden wilden erg graag vertellen wat hun visie was op de besproken onderwerpen. Toch was er ook veel aandacht voor elkaar. Het was heel inspirerend en leerzaam om met andere mensen samen te zijn die zo bewust in hun levensbeschouwing staan. Zo leerde ik bijvoorbeeld dat je bij het Hindoeïsme niet kan bekeren en dat zij vooral bezig zijn met het bereiken van moksha: De verlossing van het leven op aarde. De dood is hierbij geen verlossing als je weer opnieuw geboren wordt.

forum deventer

 

Er werden diverse thema’s aangeboord. Bij het ene forum lag de nadruk vooral op het thema bekering, bij het andere forum ging het vooral over de dood en in hoeverre die voorbestemd was. Het was leuk om te zien dat er overeenkomsten waren ( veel studie) maar ook verschillen. Zo sloot de moslima uit dat de evolutietheorie kon kloppen terwijl voor de humaniste het scheppingsverhaal juist gek klonk.

De grootste bindende factor was dat we allemaal belangrijk vonden er voor je naasten te zijn. Of dit nou door het geloof in God geïnspireerd was of door een diep gevoel van binnen, het belangrijkste is om te realiseren dat je niet alleen op de aarde staat. We moeten elkaar samen helpen om goed te zijn en goed te blijven.

Mo en Moos

Zoals ik in mijn vorige stukje al schreef ben ik al mijn hele leven geïnteresseerd in diversiteit. Toen ik op Facebook een oproep zag om deel te nemen aan een dialooggroep van Joodse en islamitische young professionals genaamd Mo en Moos raakte ik dan ook meteen erg enthousiast.

In de oproep werd duidelijk dat ze op zoek waren naar jonge toekomstige leiders die graag wilden werken aan een beter samenwerking tussen de twee groepen in ons Mokum, Amsterdam. De ‘ander’ moest hierbij bereikbaar worden, alleen een appje of telefoontje van je verwijderd zijn.

Na een strenge selectieprocedure maakten we in oktober voor het eerst kennis met elkaar in een café. Een groep van twintig jongeren tussen de 25 en de 35 jaar met verschillende achtergronden. Het werd meteen duidelijk dat het een erg diverse groep was: acteurs, leraren, politici en vele anderen. Ook was de een streng religieus en de ander noemde zich juist seculier. Op het eerste gezicht was de enige overeenkomst dat we ons allemaal wilden inzetten voor de dialoog. We hadden daarbij een sterke mening over hoe die vervolgens bereikt moest worden.

De trainingen begonnen even daarna. Duidelijk werd dat voor we konden beginnen er regels moesten komen. Er was van verschillende kanten weinig vertrouwen in een goede afloop en we hoopten door duidelijkheid te stellen over wat wel en niet toelaatbaar was dit beter te laten verlopen. Discussie, zeker over Israël, was de eerste paar weken streng verboden. Eerst moesten we elkaar beter leren kennen en gaan vertrouwen. Gelukkig hadden we twee erg ervaren en bevlogen trainers die de ontmoetingen in goede banen konden leiden.

Nou dat is een ding waar ze zeker in geslaagd zijn. De afgelopen maanden hebben we elkaar ongeveer twee keer per maand voor vier uur achterelkaar gezien in zeer intensieve, interessante trainingen. We hebben daarbij gelachen, geschreeuwd en zelfs gehuild. Vooral de interviewtraining was heel heftig. Veel verhalen over onze jeugd, onze plek in de samenleving en je altijd ‘de ander’ voelen waren voor ons allemaal herkenbaar. We bleken veel met elkaar gemeen te hebben. We hadden tot onze verbazing meer overeenkomsten dan verschillen. Hierdoor zijn we een erg hechte en intieme groep vrienden geworden die elkaar constant berichten en hilarische filmpjes sturen in een Whatsappgroep.

We zijn zelfs zo hecht geworden dat toen het tijd was om de moeilijke discussies aan te gaan, zoals over Israël, dit helemaal goed is gegaan. Hoewel de emoties bij sommigen erg opliepen bleef iedereen respectvol en liepen de meesten weg van de discussie met een tevreden gevoel. Ikzelf heb van de discussies ook veel geleerd en heb hier meer respect voor de andere standpunten gekregen. Dit geldt ook voor de discussie over bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting. Hoewel ik het niet altijd eens ben geworden met de ander snap ik door de manier van communicatie en het respect wat ik heb voor de groep wel beter waarom ze denken wat ze denken.

Over een paar weken trekken we met onze groep de wereld in. We gaan dan scholen, bedrijven en andere plaatsen af om te vertellen over onze ervaringen met diversiteit. Daarnaast hebben we nog een aantal andere spannende activiteiten gepland maar die houden we nog even geheim. Ik kan niet wachten om met mijn lieve vrienden deze stap te ondernemen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we samen alle moeilijkheden die we ongetwijfeld zullen tegenkomen aankunnen en ben erg trots dat ik deel mag maken van deze fantastische groep mensen.

Dit stuk verscheen eerder op Nieuw Wij

Mag ik je hoorntjes even voelen?

Een tijdje geleden mocht ik een stuk schrijven over de dialoog voor de website Nieuw Wij.

Hieronder mijn verhaal:

Onze samenleving wordt meer en meer een smeltkroes van verschillende culturen en religies. Door immigratie wordt de diversiteit van talen, gewoontes en rituelen in Nederland steeds groter. Hoewel dit heel veel culturele rijkdom geeft, groeit ook het risico op onbegrip en miscommunicatie. Belangrijk is daarom dat er meer initiatieven gesteund worden op het gebied van educatie in diversiteit.

Door: Anne-Maria van Hilst

Diversiteit is iets waar ik mij al vele jaren mee bezighoud. Als klein meisje was ik al geboeid door de verschillende culturen die zich in Amsterdam bevinden. Ik ben opgegroeid in Amsterdam- Zuidoost en op mijn Montessori basisschool zaten leerlingen die uit tientallen verschillende landen kwamen. Elk met hun eigen keuken, talen en gewoontes. Doordat het zo divers was praatte iedereen wel Nederlands maar leerden we veel van elkaars cultuur. Dit werd gesteund door de school, die onder andere festivals organiseerde.  Hierbij verkleedden wij ons in onze klederdracht, namen we ons eigen eten mee en vertelden we over onze cultuur. Al die andere culturen werden hiermee niet iets “engs” of “vreemds” maar iets wat je eigen leven en cultuur kon verrijken.

Dat dit niet bij alle mensen zo ging ontdekte ik al snel. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik merkte dat voor sommige mensen “anders” als iets negatiefs werd gezien. Onbekend maakte onbemind. Ik had al heel vroeg het gevoel dat dat mijn taak was hier wat aan te doen. Door mensen elkaar te laten ontmoeten en dan vooral op jonge leeftijd, kan je heel veel problemen wegnemen.

Dit idee heb ik in mijn werkende leven tot uiting gebracht. Ik werk bij diverse organisaties die contact met de ander bevorderen. Zo is er het Joods Historisch Museum. Bij mijn werk in het kindermuseum van het JHM kom ik vaak in contact met groepen kinderen die nog nooit een Joods iemand hebben gezien. Als ze aan Joden denken, denken ze aan Anne Frank, de Tweede Wereldoorlog of Israël. Joden zijn of een bijna uitgestorven groep of een vijand. Ik ga dan echter met de kinderen in gesprek en probeer te vertellen dat er Joden in alle soorten en maten zijn. Ook wijs ik ze erop dat veel van de Joodse gebruiken erg lijken op die van bijvoorbeeld de christenen of de moslims. Daarna zie je dat ze opener worden.

Dit merk je ook bij de lessen die ik voor Diversion ( een bureau voor maatschappelijke innovatie) geef voor het project Gelijk=gelijk?!. Hierbij ga je basisschoolklassen af met een Joodse, homoseksuele en islamitische jongere om te praten over discriminatie. In het begin merk je vaak dat de leerlingen verbaasd zijn dat je Joods bent. Het vijandsbeeld wat ze soms hebben meegekregen past niet bij het meisje wat voor hun neus staat. Ik probeer hierbij altijd een hele open houding te hebben en vragen te stimuleren. Er zijn geen gekke, beledigende of stomme vragen. Zo was er bijvoorbeeld eens een meisje dat vroeg of ze mijn hoorntjes mocht voelen omdat ze had gehoord dat alle Joden demonen waren. Hoewel je hier natuurlijk van schrikt, vind ik het wel heel fijn dat leerlingen zich bij mij zo veilig voelen dat ze dit kunnen vragen. Liever dat ze zoiets vragen dan dat ze nog steeds met twijfels of vooroordelen naar huis gaan.

Als ik aan het einde van zo een dag als feedback van de kinderen krijg “ ik had nog nooit een jood ontmoet maar nu vind ik u lief” dan is dat een goede dag. Een goede verhouding met de ander krijg je niet door dwang of geweld maar door elkaar te leren kennen. Bekend maakt bemind!