Onzekere tijden

De coronacrisis lijkt op zijn einde gekomen. De restaurants zijn weer open, net zoals dierentuinen, hotels en pretparken. Voor mij voelt het nog niet zo zeker. De Joodse gemeenschap is (nog) harder getroffen dan anderen. Omdat de lockdown maatregelen net na het joods carnaval, Poerim, vielen, zijn veel leden van de Joodse gemeenschap besmet geraakt en zelfs overleden. Ook ik werd besmet en ben nog steeds herstellende, na 3 maanden! Alles openstellen en het virus vrijspel geven maakt mij dus erg bang.

 Ook bij sommige leden van de joodse gemeenschap klinkt de roep om openstelling steeds harder. Hoewel de zoom sjoeldiensten, ongekend populair zijn, willen veel mensen elkaar zien. Een synagoge is naast een gebedshuis ook vooral een huis van samenkomst. Een plek waar de weinig joden van Nederland elkaar kunnen ontmoeten. Tijdens een dienst wordt er veel gezongen, meer nog dan in een kerk. En net zoals bij andere geloofsgemeenschappen hebben wij last van vergrijzing. Met de hoge feestdagen om de hoek, wanneer onze synagoge normaal gesproken vol zit met 900 man, klinkt het voor mij als een recept voor drama… Soms hoor ik andere gelovigen zeggen, ach als mijn tijd gekomen is … Dat is geen joodse gedachte. Ja geloof is goed maar God heeft ons ook ons verstand gegeven. Maar wat is het verstandigste nu?

Dit artikel verscheen eerder in de zomerspecial van Oasemagazine

Veranderen

De afgelopen maanden hebben we veel moeten veranderen. Als je de deur uitgaat moet je denken aan je mondkapje en Handgel. Je mag je vrienden en vriendinnen niet meer knuffelen en op school moet je je ziekmelden bij een lichte verkoudheid. 

De joodse gemeenschap moest zich, net zoals veel religieuze groepen, extra aanpassen. Op 28 september is het Jom Kippoer, de grote verzoendag. De dag dat je reflecteert op alles wat je het afgelopen jaar beter had kunnen doen. Door te vasten en afstand te nemen van het normale leven. Normaal gesproken dé dag dat iedereen samenkomt in de synagoge om te bidden, te knuffelen en natuurlijk bij te kletsen. Op een “normale” Jom Kippoer zitten er op het hoogtepunt wel 1000 mensen in de synagoge.  Het is als een soort grote reünie. 

Voor mij is Jom Kippoer tevens het moment om compleet te unpluggen van al mijn apparaten. Ik kan door gezondheidsredenen niet vasten en dit is mijn manier om toch goed mee te doen.  Dit jaar is echter alles anders. Omdat het onmogelijk is om zowel afstand te houden als de beveiliging goed te krijgen heeft de leiding ervoor gekozen om de diensten alleen aan te bieden via zoom. Je moet dus wel online zijn. Jom Kippoer zal dus ook weer anders zijn dan anders, hopelijk is het tijdelijke verandering want ik mis nu al de rust en extra knuffels… 

Dit artikel verscheen eerder in Oasemagazine week 38

Het perspectief van de ander

De coronacrisis blijft maar voortduren. Waar ik in april nog hoopte in september weer normaal aan het werk te kunnen zijn bij mijn geliefde musea blijkt dat toch een ijdele hoop. Hoewel mensen wel massaal naar het strand gingen, lijkt een museum toch een brug te ver voor velen. In de maand september heb ik dan ook welgeteld nul rondleidingen op mijn planning staan.

Des te blijer ben ik met mijn baantje als docent levensbeschouwing op het Fons Vitae lyceum in Amsterdam. Naast een (klein) vast inkomen geeft me dat ook de mogelijkheid om te doen wat ik het liefste doe: in gesprek gaan met verschillende groepen. Spannend is het wel, hoeveel ervaring ik ook heb met voor een groep staan, week in week uit dezelfde leerlingen is toch anders. Het heeft zijn nadelen – als je niet klikt met iemand uit de groep zie je die elke keer weer – maar gelukkig ook veel voordelen. In de maand die ik nu lesgeef heb ik al een echte band opgebouwd met de leerlingen.

Doordat je een diepere band opbouwt met de leerlingen kom je erachter wat ze echt denken. Zoals bij al mijn lessen is het belangrijkste voor mij dat de leerlingen kritisch leren denken, vragen stellen en luisteren naar de ander. Of het nou gaat over het Taoïsme, het ultra-orthodoxe jodendom of de Nederlandse surfcultuur. Ik vrees dat de leerlingen over vijftien jaar weinig meer zullen weten over de details van de les. Zelfs ik, met mijn nerdy interesse in geschiedenis en levensbeschouwing, ben veel van de feitjes al kwijt. Wel hebben de lessen me doen nadenken over mijn eigen perspectief en dat van de ander. Als ik maar een beetje daarvan kan overbrengen op mijn leerlingen, in hun context, dan ben ik gelukkig. Zeker in deze tijd van onrust, fake news en complotdenken is dit extra belangrijk. Duimen jullie met me mee dat het lukt?

Dit artikel verscheen eerder op: https://www.crescas.nl/columns/webcolumnvanhilst/1mgoz/Het-perspectief-van-de-ander/?fbclid=IwAR3YRlAam_5ft1gvVI4zqpYSczu0YW55GbH_bwffvFcrBKXoCDwFMzJnKXw

Lichtpuntjes

Elk nadeel heb z’n voordeel. Hoewel ik, tot verdriet van mijn man, niet bepaald fan ben van voetbal had Johan Cruyff hier wel een punt. Door de coronacrisis is er veel niet mogelijk. Musea zijn gesloten, net zoals gebedshuizen; seminars worden afgeblazen; zelfs de masterclasses voor de postBM groep bij de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam konden niet doorgaan. Als zzp’er zit ik dan ook al enkele weken werkloos thuis. De eerste weken kon ik door ziekte niets anders dan heen en weer lopen tussen bank en bed, maar intussen kan ik gelukkig iets meer.

Hoe kan je gebruikmaken van de weinig lichtpuntjes die deze crisis je biedt? Voor mij is het bijvoorbeeld wel goed om een keer iets meer rust te hebben. Zo heb ik eindelijk tijd om vaker een column voor jullie te schrijven, lees ik meer en heb ik zelfs tijd voor de puzzel van 1000 stukjes die ik vorig jaar voor mijn choepa heb gekregen.

Als je werk echter je passie is, is dit niet genoeg. Als ondernemer ben ik intussen getraind in het denken in oplossingen, ook als mijn emoties zeggen dat het beter is om in bed te liggen met de deken over mijn hoofd. Gelukkig zijn de meeste mensen in mijn omgeving ook creatief en zo komen we met steeds meer leuke ideeën voor wat je nog wél kan doen. Opiniestukken schrijven voor diverse bladen met mijn zwager, online masterclasses voor de jongeren en zelfs online dialoogprojecten. Ik begin steeds meer hoop te krijgen dat we hier misschien wel uitkomen, ooit. En tot die tijd kunnen we onze creativiteit nog meer gebruiken!

 

Dit artikel verscheen eerder op: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/iggoz/Lichtpuntjes/?fbclid=IwAR1dntUpH9MQErcXBDbht2FSFLG3LIsxvfeuq5o8N8Qe2pTBkdwS8nHppHM

Interview Nieuw Wij

Debat en gesprek maken deel uit van de kern van het jodendom. Bijna niets ‘moet’ of is niet toegestaan.”

In het Scheepvaartmuseum geeft ze regelmatig rondleidingen en uitleg over onder meer de koloniale geschiedenis van Nederland en de zogeheten gouden eeuw, een stuk historie waar we nu vaak anders tegenaan kijken dan vroeger. Daarnaast geeft ze op andere locaties voorlichting over het jodendom, de godsdienst waartoe zij en ook haar man behoort. “Mijn passie is religie.”

Wat betekent het jodendom voor jou?

“In het jodendom mag je alles vragen. Debat en gesprek maken deel uit van de kern van het jodendom. Bijna niets ‘moet’ of is niet toegestaan. De rabbijn schrijft niet voor hoe je moet leven, maar is gesprekspartner. Samen zoek je naar antwoorden. Dat was voor mij prettig tijdens bijvoorbeeld Jom Kippoer. Op dit feest mag je ruim een etmaal niet eten en drinken. Voor mij is dat erg lastig. Samen hebben we gezocht naar een manier waarop het vasten voor mij wel goed te doen was. Een rabbijn staat niet boven je, maar ondersteunt en begeleid je. Hij of zij daagt je uit om zelf op zoek te gaan naar antwoorden.”

Het jodendom betekent voor Anne-Maria bewust leven en het goede doen. “Iemand kan een heel goede jood zijn, zonder in God te geloven,” zegt ze. En hoe zit dit dan voor haar? “Ik geloof in God,” zegt ze zonder aarzeling. “Tijd voor stilte en meditatie is belangrijk voor mij. Voor het slapen gaan zoekt ik altijd de stilte. Maar ik geloof niet in God als een soort wolk in de lucht, met handjes die sturen.”

Het gaat om de praktijk, om je verantwoordelijkheid en om het herstellen van de wereld.”

Ze denkt even na. “Ken je de anekdote over de man die op het dak van zijn huis zit, tijdens een flinke overstroming? Diverse mensen komen langs om deze man te redden, maar hij slaat het aanbod telkens af. Hij wacht tot God hem komt redden. De man verdrinkt en komt in de hemel. Daar vraagt hij aan God waarom Hij hem niet gered heeft. Daarop zegt God: ‘Waarom ben je zo eigenwijs? Ik heb drie keer iemand gestuurd, maar telkens sloeg je het aanbod af. Waarom heb je mijn uitgestoken hand niet gezien?’.”

Voor Anne-Maria is dit een treffend verhaal over de wijze waarop ze joods wil zijn en hoe zij in God gelooft. “Het gaat om de praktijk, om je verantwoordelijkheid en om het herstellen van de wereld, zoals de joodse gedachte van tikkun olam. Het licht is gebroken in kleine deeltjes, maar het kan door ons mensen weer echt licht worden. We hebben als mens de opdracht de wereld mooier en beter achter te laten.”

Waarom ben je geschiedenis en Hebreeuws gaan studeren?

“Ik ben van jongs af aan benieuwd naar wat mensen drijft. Het antwoord op die vraag vind je in de geschiedenis en ook in religie. Hoe kunnen we ook leren van de geschiedenis? De geschiedenis van het jodendom is heel interessant. Door de diaspora van joden is het een heel interculturele religie. Dat zie ik van heel dichtbij. Neem bijvoorbeeld mijn schoonvader. Hij komt uit Israël en heeft een Perzische achtergrond. Joden van elders zijn anders dan joden die al generaties lang in Europa leven.”

AM van Hilst
Anne-Maria van Hilst

“Het mooie van Hebreeuws vind ik het echt kunnen lezen van de Tenach, in de grondtekst. Vertalingen zijn altijd interpretaties. Het is bijzonder om de oorspronkelijke tekst te kunnen lezen. Daarbij is altijd ruimte om zelf de tekst te interpreteren en erover in gesprek te gaan, pas dan komt de tekst tot leven. Dat doe ik ook met groepen mensen, bijvoorbeeld in kerken of bij een interreligieuze vrouwenorganisatie.”

Wat brengt het jou om lid te zijn van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam?

“Het is voor mij een soort ‘thuis’, een familie. Veel mensen ken ik al lange tijd en hen kom ik in de gemeenschap vaak tegen. Er zijn samenkomsten op vrijdagavond en zaterdagmorgen waar ik regelmatig ben. De overweging naar aanleiding van een Thora-tekst, daar kan ik vaak wat mee, ik vind het mooi en ook leerzaam.”

“Ik ben ook betrokken bij het jongerenwerk en trek op met tieners die hun Bar of Bat mitswa doen, meisjes van twaalf en jongens van dertien. Ze volgen een intensief traject. Het is prachtig om met hen gesprekken te voeren en met hen de diepte in te gaan. Hoe wordt het geloof iets van hen zelf? Welke keuzes maken ze, voor wie of wat willen ze verantwoordelijk zijn? Je doet ook leuke dingen samen.”

Waarom geef je voorlichting over het jodendom?

“Het is een cliché maar daarom ook zo waar: onbekend maakt onbemind. Er bestaan zo veel vooroordelen over joden. Het is natuurlijk ook maar een kleine groep in Nederland. Soms vertellen mensen dat ze nog nooit een jood ontmoet hebben. Het is ontzettend belangrijk dat er meer kennis en begrip groeit.”

De tegenstellingen en vijandbeelden worden gecultiveerd. Dat verkoopt beter en mensen consumeren het.”

Maak je je zorgen over antisemitisme en moslimhaat?

‘Ja, daar moet je niet te licht over denken. Ik ben zelf meerdere keren bedreigd geweest. Bij onze synagoge staan altijd meerdere bewapende marechaussees. We wonen hier als joden nu vierhonderd jaar en nog steeds voelen we ons bedreigd. Het wordt naar mijn gevoel ook erger. Dat vind ik zorgwekkend. De oorzaak is dat mensen geen kennis hebben, niet van het jodendom en ook niet van de islam. Ik denk dat de werking van sociale media en ook massamedia daarin ook een grote rol speelt. Wrijving en tegenstellingen scoren goed en met iets positiefs scoor je niet. Dus de tegenstellingen en vijandbeelden worden gecultiveerd. Dat verkoopt beter en mensen consumeren het.”

Wat doe je op het gebied van interreligieuze dialoog en waarom?

“Juist vanwege die tegenstellingen ben ik in Amsterdam betrokken geraakt bij onder meer de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente wat leidde tot allerlei ontmoetingen met moslims en christenen. Dan gaat het niet alleen om lief zijn voor elkaar, maar ook om het échte gesprek. Je moet onder ogen zien dat mensen bang zijn voor de andere groep waartoe ze zelf niet behoren. Dat moet je serieus nemen. Mensen willen gehoord worden, serieus worden genomen. Dat betekent dat je vooral en veel naar elkaar moet luisteren. Moslimhaat boezemt me evenveel angst in als antisemitisme. Ik heb inmiddels heel veel moslimvrienden. Ik vind het ook doodeng als populisten de joodse gemeenschap instrumenteel voor hun karretje spannen. Is Wilders een vriend van de joden? Alleen zolang hem dat goed uitkomt. We moeten zorgen dat we niet tegen elkaar uitgespeeld worden en elkaar steunen en helpen.”

Welke mensen zijn inspirerende voorbeelden voor jou?

“Ik denk aan bijvoorbeeld Menno ten Brink, de rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente. Hij durft zijn nek uit te steken en is actief in de interreligieuze dialoog, wat hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Daar heb ik ontzettend veel respect voor. En ik denk aan Anne Dijk, een bekende moslima met wie ik veel contact heb en met wie ik ook filmpjes heb gemaakt. Verder wil ik de mensen van de Al Kabir Moskee noemen, met wie we contacten hebben. Imam Marzouk Aulad Abdelah en bestuurslid Mustafa Slaby ken ik nu ruim drie jaar. Vorig jaar ben ik getrouwd en ze waren te gast op onze joodse bruiloft. Dat was prachtig. Mustafa spreekt altijd geweldig, dat raakt me dan en dan omhelzen we elkaar. Hij is een soort Marokkaanse opa voor mij.”

De groeiende polarisatie baart me echt zorgen. Mensen luisteren niet naar elkaar. Ga gewoon eens echt met elkaar in gesprek.”

Komt het nog goed met Israël en Palestina?

“Er gaan veel dingen fout op dit moment, van beide kanten. Ik vind het lastig dat je als jood in Nederland hierop aangesproken wordt. Ik ben kritisch op de Israëlische politiek maar vind het moeilijk dat joden hier in Amsterdam, en zeker kinderen, erop worden aangesproken. De extremen van beide kanten dragen naar mijn overtuiging schuld. Tegelijk zijn er ook vredesinitiatieven, van beide kanten.”

Waarover maak je je zorgen en wat geeft je hoop?

“De groeiende polarisatie baart me echt zorgen. Mensen luisteren niet naar elkaar. Ga gewoon eens echt met elkaar in gesprek en vraag de ander eens wat hem of haar bezielt of angst inboezemt. Probeer ook van sommige misverstanden de humor te zien. Tijdens een project ‘Leer je buren kennen’ viel het stil en liep het gesprek niet. We hebben toen bedacht dat iedereen grappen mocht bedenken. Geen grappen over de anderen, maar over de eigen groep. Dat gaf enorm veel ontspanning. Zo kan het dus ook.”

“Tijdens een andere bijeenkomst was er een boze jongeman die niks wilde zeggen, maar wel heel boos keek. Wat hem dwars zat? Dat wilde hij niet zeggen. Hij had een Marokkaanse achtergrond en kreeg vijf minuten het woord. Hij gaf zijn visie op de problematiek in Israël en de Palestijnse gebieden. Als gespreksleider zei ik: wat goed dat je dit deelt en we snappen je emotie. Iedereen zag hem ontspannen en na afloop hadden we nog even een gesprek samen. Hij stelde voor om dit soort dialooggesprekken ook zijn eigen moskee te gaan voeren. Dat zijn van die momenten die laten zien dat het ook anders kan. Dat ontmoeting echt leidt tot begrip.”

Dit stuk verscheen eerder op:

https://www.nieuwwij.nl/interview/probeer-van-sommige-misverstanden-de-humor-in-te-zien/?fbclid=IwAR0NI0xD65CrnfFeoh0B6LoHSQnMJwZb-6ylwTRihB98fYBbwMBwCRRmqFY

In gesprek blijven…

De afgelopen weken was er discussie over een uitzending van RTL Late Night. De presentator, Twan Huys, zou hebben beloofd dat een van de gasten niet aan tafel zou hoeven zitten met een andere gast. Na de gast veel ruimte te hebben gegeven om haar verhaal te vertellen, verbrak hij toch die belofte. Voor ik hier een discussie oprakel over zwarte pieten en het wel of niet gelijk hebben van de #blokkeerfriezen, het ging mij om wat anders. De kern voor mij lag hier: mag of moet je weigeren het gesprek aan te gaan met iemand?

In mijn werk heb ik dikwijls te maken met mensen die ideologisch lijnrecht tegenover me staan. Mensen met antisemitische samenzweringstheorieën of juist mensen die in alle moslims de vijand zien. Je kan je voorstellen dat deze gesprekken lang niet altijd soepel verlopen. Soms maken de gesprekken me verdrietig, soms boos. Het is angstaanjagend te horen wat sommige mensen denken over een groep mensen die dichtbij je staat. Een groep waar je zelf toe behoort of een groep waar je vrienden hebt.

Als mensen horen wat ik allemaal tegenkom in mijn gesprekken, schrikken ze. Hoe kan je praten met iemand die zegt dat zionisten bloed van islamitische kinderen offeren aan een eenogige god? Door met dit soort mensen te praten, zou je hun denkbeelden legitimeren. Ik vraag me alleen af wat het alternatief is. Niet tegen ze praten? Die mensen blijven toch bestaan, met hun denkbeelden. Je kan ze niet ‘wegdenken’. Door niet het gesprek aan te gaan en jezelf als het ware ‘boven’ mensen met een ander gedachtegoed te stellen, wek je alleen maar meer irritatie op. Als je gelijkwaardig het gesprek aangaat, is dit vaak anders.

Ik zeg dit natuurlijk wel heel makkelijk, maar ook ik heb mijn tranen moeten onderdrukken toen iemand mij vertelde dat “iedereen wist dat Joden geen mensen zijn.” Of toen een leerling mij vertelde dat ik geen Nederlander was, omdat ik niet blond en lang ben en mijn oma in Oostenrijk is geboren. Ook ik word bang als iemand voor mijn voeten spuugt en mij K-Jood noemt. Maar wat is het alternatief …?

Dit artikel verscheen eerder op: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/584oz/In-gesprek-blijven/?fbclid=IwAR2LroJnLMC4mJLkMzfusx0h-MxRI_8G2IgBFye3Y3uMEcitcfzUsZyqxC0

Leer je Buren kennen

De joden in vormen in Nederland een hele kleine minderheidsgroep. Zelfs in de meest ruime telling zijn er tussen de 40 en 50.000 joden in heel Nederland. Het is dan ook niet zo gek dat veel mensen nog nooit een joods iemand zijn tegengekomen. Als je nog nooit een joods iemand hebt gezien is het makkelijk om vooroordelen over de gemeenschap te krijgen, zeker als de enige “herkenbare” joden leden van de (ultra) orthodoxe gemeenschap zijn.

Mede om wél elkaar te leren kennen is door de LJG Amsterdam het project Leer je Buren kennen enkele jaren geleden opgezet. Leerlingen van het ROC, de PABO en middelbare scholen worden uitgenodigd in de synagoge om het gesprek aan te gaan en alles aan elkaar te vragen. Sinds enkele jaren mag ik dit ook faciliteren en ga ik hiervoor ook naar de prachtige synagoge Enschede.

Inmiddels zijn er al meer dan 12000 leerlingen langs geweest en blijkt het project een groot succes. In 2017 werden we al beloond met de eerste Brouwerprijs van het KHMW.  Een grote eer en bovendien een prijs van 100.000 euro die we kunnen inzetten voor onderzoek en uitbreiding van het project.

xxl

Afgelopen donderdag kwamen daarnaast journalisten van de NOS ook filmen. Hieronder een verslag van de dag:

https://nos.nl/artikel/2214044-anne-maria-is-joods-sommige-mensen-denken-dat-ik-een-demon-ben.html

Exodus uit de vuurtoren

Dina-Perla Portnaar schreef de afgelopen tijd aan een boek over haar jeugd in de orthodox-joodse gemeente. Zij heeft veel te maken gehad met geweld en dwang en heeft zich hier aan weten te ontworstelen. 11 januari presenteerde zij haar boek in de Ako in de Beethovenstraat in Amsterdam. Deze plaats speelde een belangrijke rol in haar boek als bron van kennis.

dina-perla-de-winter-768x498

Na een interview met haar over het boek was er tijd voor een panel. Verschillende vrouwen spraken vanuit hun eigen expertise over hoe emancipatie van vrouwen bewerkstelligd kan worden. Zo sprak Chantal Suissa over de rol van interreligieuze contacten, Julie Blocq-Schipper over onderwijs  en Bertina Minco over cultuur. Ik heb verteld over de rol die seksualiteit kan spelen bij emancipatie.

Als je naar de joodse traditie kijkt zijn er veel handvatten voor de bescherming en “empowering” van vrouwen. Zo mag een vrouw altijd seks weigeren, moet een man zorgen voor haar genot en zijn beide partners verantwoordelijk voor hun eigen eer.  In de praktijk is dit echter lang niet altijd het geval. Zoals Dina-Perla beschrijft in haar boek wordt, zeker in de ultra-orthodoxie, de joodse wet vaak juist gebruikt om vrouwen klein te houden. Het is onze taak om dit proberen te doorbreken en weer terug te gaan naar de eigenlijke betekenis!

 

Voor een uitgebreider verslag van de avond zie:

http://www.joods.nl/2018/01/boekpresentatie-exodus-vuurtoren-dina-perla-winter/

De grenzen van verdraagzaamheid

  • Ver·draag·zaam (bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: verdraagzamer, overtreffende trap: verdraagzaamst): “bereid andersdenkenden te verdragen; tolerant” (van Dale)
  • Grens (de; v(m); meervoud: grenzen): “denkbeeldige, scheidende lijn: een staatkundige grens; de grenzen overschrijden (of: te buiten gaan) te ver gaan”

Introductie

Nederland is een divers en multicultureel land. Vooral in de grote steden, zijn we een mengelmoes van culturen, etnische achtergronden, religies, en meningen. Het valt niet te ontkennen dat spanningen in de wereld – terreur, religieus radicalisme, economische onzekerheid – ervoor zorgen dat men steeds vaker met een scheef oog naar die diversiteit kijkt. Nederland roept voortdurend op tot meer tolerantie en verdraagzaamheid – ogenschijnlijk om de gemoederen te sussen – maar ook om dat deel van onze identiteit te benadrukken.

Want al eeuwenlang is Nederland trots op haar tolerante samenleving waarin iedereen kan zijn wie die is – homoseksueel, transgender, Jood, Moslim, VVD of SP. Maar is dit wel zo? Is Nederland wel zo verdraagzaam en tolerant als we ons voorhouden te zijn? Bovendien, wat is verdraagzaamheid eigenlijk, en is het wel iets wat we zouden moeten nastreven? Zitten er grenzen aan verdraagzaamheid, en zo ja, waar horen die dan te liggen? Zit Nederland aan de grenzen van haar verdraagzaamheid, nu ze zo getest wordt? Is verdraagzamer zijn de oplossing?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we terug naar de kern. Wat is verdraagzaamheid nu precies?

Verdraagzaamheid is een gecompliceerd begrip. Heel basaal verwijst het naar iets of iemand die verdragen wordt, en naar een persoon die de actie (het verdragen) uitvoert. Maar wat verdraagt iemand nu eigenlijk? Je zegt nooit: “ik verdraag de liefde van mijn partner”, of “ik tolereer het vinden van een goede baan”. Waarom klinkt dat zo gek? “Verdragen” zegt iets over de te verdragen persoon, of situatie.

Het spreekwoord “Als je wilt dat je kippen eieren leggen, dan moet je het kakelen verdragen” laat dit goed zien. Gekakel is niet bepaald prettig. ‘Verdragen’ geeft een inherent negatief oordeel over de persoon, situatie of het object dat verdragen wordt. Daarmee is ‘verdragen’ fundamenteel anders dan bijvoorbeeld verwelkomen. Je verdraagt een gezellige avond met vrienden niet, die verwelkom je. Op het eerste gezicht lijkt verdraagzaamheid dus een vorm van acceptatie, maar is het nèt niet.

Een land van melk en honing

Al sinds de late middeleeuwen zijn groepen die in andere landen vervolgd werden vanwege hun religie of afkomst, in Nederland welkom. Joden, Hugenoten en Katholieken kwamen naar Nederland om te genieten van onze tolerante samenleving, om vrij en veilig te zijn. Trots wordt er in de geschiedenisboeken beschreven dat mensen bij ons zichzelf mochten zijn.

Maar tussen waarheid en leugen ligt een glibberig pad. In het Protestantse Amsterdam bijvoorbeeld, waren Katholieke kerken alleen toegestaan als schuilkerk. Zo waren deze bijvoorbeeld gevestigd op de zolders van grachtenpanden, waarvan niemand officieel wist waar ze waren. Een 17de eeuws voorbeeld hiervan is nog steeds te bezichtigen in het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Ook Joden mochten hun synagogen bouwen en hadden zelfs hun eigen rechtssysteem. Desondanks mochten ze geen lid worden van gildes, moesten vooral niet teveel opvallen en konden ze alleen hulp verwachten uit hun eigen gemeenschap. Ze mochten fysiek wel in Amsterdam zijn, maar niet volledig deel uitmaken van de maatschappij. Daardoor werden Joden gedwongen om in zogenaamde ‘vrije beroepen’ te gaan werken, zoals voddenraper of diamantslijper. Mede daardoor leefden veel Joden onder de armoedegrens. De oude Joodse buurten (bijvoorbeeld rondom Waterlooplein) waren de armste van Amsterdam, waar de slechte hygiëne diverse besmettelijke ziektes tot gevolg had, zoals het ‘Jodenoog’ (trachoom). We kunnen ons dus afvragen of Amsterdam werkelijk zo tolerant was als we beweren.

Hoewel diversiteit een onderwerp is dat steeds meer onder spanning komt te staan, is de tolerantie van de Nederlandse samenleving en de lange geschiedenis daarvan iets waar een meerderheid trots op is. Maar daarmee vergeten we eigenlijk dat er in datzelfde tolerante verleden ook fouten zijn gemaakt, zoals de slavernij en het kolonialisme. Waar aan de ene kant de beleving bestaat van het ‘tolerante’ Gouden-Eeuwse Amsterdam als een mengelmoes van religies en culturen, vergeten we dat de slavenhandel in Nederland pas werd afgeschaft in 1818, en Nederland als één van de laatste landen in Europa ook daadwerkelijk een einde maakte aan de slavernij op 1 juli 1863.

Vaak is er in tolerantie en verdraagzaamheid sprake van een bepaalde vorm van egostreling. Want wie tolerant en verdraagzaam is, is een goed mens. Inherent aan het begrip is dus niet alleen de negatieve interpretatie van datgene dat verdragen wordt, maar ook de positieve, bijna arrogante hoedanigheid van de verdrager. Niet voor niets zei de Libanees-Amerikaans schrijver Kahlil Gibran “verdraagzaamheid, is liefde bevangen door de ziekte van hooghartigheid”. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor reflectie en zelfkritiek. Dan komt het vaak nog harder aan als een minderheidsgroep (de verdragenen) wél kritisch zijn op het heden danwel het verleden. Mensen zijn vaak tot op het bot beledigd als ze worden aangesproken op de andere kant van onze tolerante samenleving. “Hoe durft iemand die het zo goed heeft bij ons, te klagen”, is iets dat je nu ook terugziet bij de discussie rondom Sylvana Simons. Maar is zij niet gewoon een Nederlander zoals wij allemaal? Met net zoveel recht op klagen? Waarom mogen zogenaamde “autochtone “Nederlanders wel klagen over, bijvoorbeeld, de vele “buitenlanders”, maar mogen mensen met een andere etnische achtergrond niet klagen over de gebrekken die zij zien in Nederland?

Een scheve verhouding

In ‘A is een letter’ van Hugo Brandt Corstius schreef hij: “verdraagzaamheid, het inzicht dat de ander toch te stom is om tot een beter inzicht te komen”. Verdraagzaamheid is de superieuriteit van de verdrager tegenover de inferieuriteit van de te verdragene. Die verhouding is scheef. Het is  meestal de machthebbende partij die de  gebreken tolereert van de de partij die onderdrukt wordt. Denk bijvoorbeeld aan Zuid-Afrika. De Afrikanen ‘verdroegen’ de Boeren van Nederlandse komaf en hun apartheid regime niet, daar hadden ze simpelweg geen keuze is. En hoe zou het voelen, als het algemeen bekend was dat ‘allochtone’ Nederlanders de ‘autochtone’ Nederlanders slechts ‘verdragen’? In verdraagzaamheid zit een machtsstrijd tussen een onderdrukte minderheidsgroep en de machtgebbende meerderheid.

Bovendien is verdraagzaamheid is vaak flinterdun: zodra iemand ‘over de schreef gaat’, en iets zegt dat machthebbende partij tegen de borst stoot, is tolerantie snel weg. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen met zaken als de zwarte pieten discussie. De minderheidsgroep, in dit geval vooral van Surinaamse afkomst, wordt, omdat ze wijzen op het racistische karakter van ons Sinterklaasfeest, weggezet als ondankbaar. Hoewel velen al generaties lang in Nederland wonen, goed Nederlands spreken en volledig deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, worden ze bestempeld als ‘verraders’ en ‘buitenlanders’ omdat ze een andere mening hebben dan de ‘autochtone’ meerderheid. Ze moeten zelfs maar ‘terug naar hun eigen land’.

De verbinding (ver te) zoeken

Het probleem van verdraagzaamheid is dat het een onecht gevoel van verbinding geeft, waardoor mensen geen verdere stappen denken te hoeven ondernemen. Verdragen kun je zelfs zien als een valse vorm van engagement – want niemand kan écht met elkaar in dialoog als zij niet op gelijke voet staan. Verdraagzaamheid geeft dus weinig gelegengeid tot het écht van elkaar kunnen leren.

Verschil – in religie, afkomst, cultuur, mening – wordt vaker wel dan niet als iets negatiefs gezien. Verschil duwt ons uit onze comfortzones waar alles is zoals het al jaren is geweest. We voelen ons veilig als we onze wereld kunnen doorgronden, voorspellen. De ander, met zijn andersheid, begrijpen we niet, en uit angst sluiten we onze deuren. De ander voelt zich vervolgens bestempeld als antagonist en doet ter verdediging ook de deur dicht.

Door een ander toe te laten en ook écht met die ander in gesprek te gaan, zouden jouw eigen ideeën wel eens kunnen veranderen. Die verandering, het onbekende, is eng: misschien kom je er achter dat je bepaalde dingen al jarenland verkeerd ziet. Toegeven dat je verkeerd zit, is misschien wel het moeilijkste van het menselijk bestaan. Het vergt een hoop moed, want je eigen fouten erkennen zou zomaar wel eens een deuk in je zelfvertrouwen kunnen betekenen. De ander betekend ‘gevaar!’ en het is dus makkelijker om jezelf af te sluiten.

Verschil als voordeel

Eén oplossing die veelal wordt aangedragen is het ontkennen van verschil: “wat nou verschil, we zijn toch allemaal hetzelfde?” Hetzelfde zijn is veilig. Iemand die hetzelfde is, heeft overeenkomstige opvattingen, en dat betekent dat jouw opvattingen dus worden gesteund. Zo sta je niet alleen. Maar, accepteren we daarmee verschil, andersheid? Nee! Het wordt slechts ontkend.

We zijn niet hetzelfde. We hebben verschillende culturen, etniciteiten, genders, religies, seksuele voorkeuren. We hebben als ‘mens’ de meest uiteenlopende en kleurrijke ideeën en competenties. Waar de één schitterend viool kan spelen, kan een ander prachtig voetballen, schilderen of kritisch nadenken. We zijn man, vrouw, of iets daar tussenin. We hebben verschillende behoeften, verschillende tradities. Van vijfmaal per dag bidden en het vieren van de Ramadan tot het eten van rauwe vis opgerold in zeewier en rijst tot het bouwen van dijken en machtige waterwerken. Waarom zou dat iets slechts moeten zijn dat we óf moeten ontkennen, óf moeten verdragen?

We zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Dat niet-gelijk zijn heeft zelfs zo zijn voordelen. Diverse psychologische onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat teams bestaande uit mensen met uiteenlopende achtergronden (etnisch, cultureel, religieus, professioneel, etc.) goede resultaten boeken. Het is niet zozeer dat ze meer oplossingen aanbrengen dan homgenere teams, maar wel kwalitatief betere oplossingen. Zo heeft diversiteit zelfs professioneel en economisch voordeel.

We kunnen niet erkennen dat verschil ook tot hevige conflicten kan leiden. Hedendaagse oorlogen gaan bijna allemaal over verschil van mening. Maar verdraagzaameid is daar geen antwoord op. Conflicten ontstaan uit onbegrip, en onbegrip wordt niet opgelost door verdragen omdat je daarmee het verschil slechts uit de weg gaat. Sociale problemen kunnen alleen opgelost worden door de kern van het probleem te doorgronden, door te begrijpen. Dat klinkt eng. Vaak lijken de ‘keiharde aanpak’ en zero tolerance politiek in eerste instantie gepaster, omdat ze inspelen op onze gevoelens van onrechtvaardigheid. Maar daar lossen we het probleem niet mee op.

Tot slot

Verdraagzaamheid is beladen met de ongelijkheid tussen de verdragers en de verdragenen. Daarom is niet verdraagzaamheid, maar op gelijke voet de verbintenis blijven opzoeken de oplossing. Misschien is dialoog in eerste instantie makkelijker als we benadrukken in welke dingen we wél hetzelfde zijn: we willen gelukkig zijn, we willen een goed leven voor onze geliefden, we willen zinvol werk doen. Maar daarna komt het zware werk. Laten we nou eens proberen om naar het besef toe te werken dat verschillen niet zo eng zijn als we denken. Dat kan in kleine stappen, Rome is immers ook niet in één dag gebouwd. Ga eens het gesprek met elkaar aan. Vraag eens wat iemands beweegredenen zijn, en gebruik het antwoord om op jouw eigen motieven te reflecteren. De ander is een spiegel: door een ander vragen te stellen kan je je eigen standpunten beter leren kennen. Groeien doen we niet in onze comfortzone, maar nèt daarbuiten. Dus die grenzen, die mogen nog een heel eind verlegd worden.

Verscheen eerder op Nieuw Wij, geschreven met Rosanne Anholt