Interview Nieuw Wij

Debat en gesprek maken deel uit van de kern van het jodendom. Bijna niets ‘moet’ of is niet toegestaan.”

In het Scheepvaartmuseum geeft ze regelmatig rondleidingen en uitleg over onder meer de koloniale geschiedenis van Nederland en de zogeheten gouden eeuw, een stuk historie waar we nu vaak anders tegenaan kijken dan vroeger. Daarnaast geeft ze op andere locaties voorlichting over het jodendom, de godsdienst waartoe zij en ook haar man behoort. “Mijn passie is religie.”

Wat betekent het jodendom voor jou?

“In het jodendom mag je alles vragen. Debat en gesprek maken deel uit van de kern van het jodendom. Bijna niets ‘moet’ of is niet toegestaan. De rabbijn schrijft niet voor hoe je moet leven, maar is gesprekspartner. Samen zoek je naar antwoorden. Dat was voor mij prettig tijdens bijvoorbeeld Jom Kippoer. Op dit feest mag je ruim een etmaal niet eten en drinken. Voor mij is dat erg lastig. Samen hebben we gezocht naar een manier waarop het vasten voor mij wel goed te doen was. Een rabbijn staat niet boven je, maar ondersteunt en begeleid je. Hij of zij daagt je uit om zelf op zoek te gaan naar antwoorden.”

Het jodendom betekent voor Anne-Maria bewust leven en het goede doen. “Iemand kan een heel goede jood zijn, zonder in God te geloven,” zegt ze. En hoe zit dit dan voor haar? “Ik geloof in God,” zegt ze zonder aarzeling. “Tijd voor stilte en meditatie is belangrijk voor mij. Voor het slapen gaan zoekt ik altijd de stilte. Maar ik geloof niet in God als een soort wolk in de lucht, met handjes die sturen.”

Het gaat om de praktijk, om je verantwoordelijkheid en om het herstellen van de wereld.”

Ze denkt even na. “Ken je de anekdote over de man die op het dak van zijn huis zit, tijdens een flinke overstroming? Diverse mensen komen langs om deze man te redden, maar hij slaat het aanbod telkens af. Hij wacht tot God hem komt redden. De man verdrinkt en komt in de hemel. Daar vraagt hij aan God waarom Hij hem niet gered heeft. Daarop zegt God: ‘Waarom ben je zo eigenwijs? Ik heb drie keer iemand gestuurd, maar telkens sloeg je het aanbod af. Waarom heb je mijn uitgestoken hand niet gezien?’.”

Voor Anne-Maria is dit een treffend verhaal over de wijze waarop ze joods wil zijn en hoe zij in God gelooft. “Het gaat om de praktijk, om je verantwoordelijkheid en om het herstellen van de wereld, zoals de joodse gedachte van tikkun olam. Het licht is gebroken in kleine deeltjes, maar het kan door ons mensen weer echt licht worden. We hebben als mens de opdracht de wereld mooier en beter achter te laten.”

Waarom ben je geschiedenis en Hebreeuws gaan studeren?

“Ik ben van jongs af aan benieuwd naar wat mensen drijft. Het antwoord op die vraag vind je in de geschiedenis en ook in religie. Hoe kunnen we ook leren van de geschiedenis? De geschiedenis van het jodendom is heel interessant. Door de diaspora van joden is het een heel interculturele religie. Dat zie ik van heel dichtbij. Neem bijvoorbeeld mijn schoonvader. Hij komt uit Israël en heeft een Perzische achtergrond. Joden van elders zijn anders dan joden die al generaties lang in Europa leven.”

AM van Hilst
Anne-Maria van Hilst

“Het mooie van Hebreeuws vind ik het echt kunnen lezen van de Tenach, in de grondtekst. Vertalingen zijn altijd interpretaties. Het is bijzonder om de oorspronkelijke tekst te kunnen lezen. Daarbij is altijd ruimte om zelf de tekst te interpreteren en erover in gesprek te gaan, pas dan komt de tekst tot leven. Dat doe ik ook met groepen mensen, bijvoorbeeld in kerken of bij een interreligieuze vrouwenorganisatie.”

Wat brengt het jou om lid te zijn van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam?

“Het is voor mij een soort ‘thuis’, een familie. Veel mensen ken ik al lange tijd en hen kom ik in de gemeenschap vaak tegen. Er zijn samenkomsten op vrijdagavond en zaterdagmorgen waar ik regelmatig ben. De overweging naar aanleiding van een Thora-tekst, daar kan ik vaak wat mee, ik vind het mooi en ook leerzaam.”

“Ik ben ook betrokken bij het jongerenwerk en trek op met tieners die hun Bar of Bat mitswa doen, meisjes van twaalf en jongens van dertien. Ze volgen een intensief traject. Het is prachtig om met hen gesprekken te voeren en met hen de diepte in te gaan. Hoe wordt het geloof iets van hen zelf? Welke keuzes maken ze, voor wie of wat willen ze verantwoordelijk zijn? Je doet ook leuke dingen samen.”

Waarom geef je voorlichting over het jodendom?

“Het is een cliché maar daarom ook zo waar: onbekend maakt onbemind. Er bestaan zo veel vooroordelen over joden. Het is natuurlijk ook maar een kleine groep in Nederland. Soms vertellen mensen dat ze nog nooit een jood ontmoet hebben. Het is ontzettend belangrijk dat er meer kennis en begrip groeit.”

De tegenstellingen en vijandbeelden worden gecultiveerd. Dat verkoopt beter en mensen consumeren het.”

Maak je je zorgen over antisemitisme en moslimhaat?

‘Ja, daar moet je niet te licht over denken. Ik ben zelf meerdere keren bedreigd geweest. Bij onze synagoge staan altijd meerdere bewapende marechaussees. We wonen hier als joden nu vierhonderd jaar en nog steeds voelen we ons bedreigd. Het wordt naar mijn gevoel ook erger. Dat vind ik zorgwekkend. De oorzaak is dat mensen geen kennis hebben, niet van het jodendom en ook niet van de islam. Ik denk dat de werking van sociale media en ook massamedia daarin ook een grote rol speelt. Wrijving en tegenstellingen scoren goed en met iets positiefs scoor je niet. Dus de tegenstellingen en vijandbeelden worden gecultiveerd. Dat verkoopt beter en mensen consumeren het.”

Wat doe je op het gebied van interreligieuze dialoog en waarom?

“Juist vanwege die tegenstellingen ben ik in Amsterdam betrokken geraakt bij onder meer de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente wat leidde tot allerlei ontmoetingen met moslims en christenen. Dan gaat het niet alleen om lief zijn voor elkaar, maar ook om het échte gesprek. Je moet onder ogen zien dat mensen bang zijn voor de andere groep waartoe ze zelf niet behoren. Dat moet je serieus nemen. Mensen willen gehoord worden, serieus worden genomen. Dat betekent dat je vooral en veel naar elkaar moet luisteren. Moslimhaat boezemt me evenveel angst in als antisemitisme. Ik heb inmiddels heel veel moslimvrienden. Ik vind het ook doodeng als populisten de joodse gemeenschap instrumenteel voor hun karretje spannen. Is Wilders een vriend van de joden? Alleen zolang hem dat goed uitkomt. We moeten zorgen dat we niet tegen elkaar uitgespeeld worden en elkaar steunen en helpen.”

Welke mensen zijn inspirerende voorbeelden voor jou?

“Ik denk aan bijvoorbeeld Menno ten Brink, de rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente. Hij durft zijn nek uit te steken en is actief in de interreligieuze dialoog, wat hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Daar heb ik ontzettend veel respect voor. En ik denk aan Anne Dijk, een bekende moslima met wie ik veel contact heb en met wie ik ook filmpjes heb gemaakt. Verder wil ik de mensen van de Al Kabir Moskee noemen, met wie we contacten hebben. Imam Marzouk Aulad Abdelah en bestuurslid Mustafa Slaby ken ik nu ruim drie jaar. Vorig jaar ben ik getrouwd en ze waren te gast op onze joodse bruiloft. Dat was prachtig. Mustafa spreekt altijd geweldig, dat raakt me dan en dan omhelzen we elkaar. Hij is een soort Marokkaanse opa voor mij.”

De groeiende polarisatie baart me echt zorgen. Mensen luisteren niet naar elkaar. Ga gewoon eens echt met elkaar in gesprek.”

Komt het nog goed met Israël en Palestina?

“Er gaan veel dingen fout op dit moment, van beide kanten. Ik vind het lastig dat je als jood in Nederland hierop aangesproken wordt. Ik ben kritisch op de Israëlische politiek maar vind het moeilijk dat joden hier in Amsterdam, en zeker kinderen, erop worden aangesproken. De extremen van beide kanten dragen naar mijn overtuiging schuld. Tegelijk zijn er ook vredesinitiatieven, van beide kanten.”

Waarover maak je je zorgen en wat geeft je hoop?

“De groeiende polarisatie baart me echt zorgen. Mensen luisteren niet naar elkaar. Ga gewoon eens echt met elkaar in gesprek en vraag de ander eens wat hem of haar bezielt of angst inboezemt. Probeer ook van sommige misverstanden de humor te zien. Tijdens een project ‘Leer je buren kennen’ viel het stil en liep het gesprek niet. We hebben toen bedacht dat iedereen grappen mocht bedenken. Geen grappen over de anderen, maar over de eigen groep. Dat gaf enorm veel ontspanning. Zo kan het dus ook.”

“Tijdens een andere bijeenkomst was er een boze jongeman die niks wilde zeggen, maar wel heel boos keek. Wat hem dwars zat? Dat wilde hij niet zeggen. Hij had een Marokkaanse achtergrond en kreeg vijf minuten het woord. Hij gaf zijn visie op de problematiek in Israël en de Palestijnse gebieden. Als gespreksleider zei ik: wat goed dat je dit deelt en we snappen je emotie. Iedereen zag hem ontspannen en na afloop hadden we nog even een gesprek samen. Hij stelde voor om dit soort dialooggesprekken ook zijn eigen moskee te gaan voeren. Dat zijn van die momenten die laten zien dat het ook anders kan. Dat ontmoeting echt leidt tot begrip.”

Dit stuk verscheen eerder op:

https://www.nieuwwij.nl/interview/probeer-van-sommige-misverstanden-de-humor-in-te-zien/?fbclid=IwAR0NI0xD65CrnfFeoh0B6LoHSQnMJwZb-6ylwTRihB98fYBbwMBwCRRmqFY

In gesprek blijven…

De afgelopen weken was er discussie over een uitzending van RTL Late Night. De presentator, Twan Huys, zou hebben beloofd dat een van de gasten niet aan tafel zou hoeven zitten met een andere gast. Na de gast veel ruimte te hebben gegeven om haar verhaal te vertellen, verbrak hij toch die belofte. Voor ik hier een discussie oprakel over zwarte pieten en het wel of niet gelijk hebben van de #blokkeerfriezen, het ging mij om wat anders. De kern voor mij lag hier: mag of moet je weigeren het gesprek aan te gaan met iemand?

In mijn werk heb ik dikwijls te maken met mensen die ideologisch lijnrecht tegenover me staan. Mensen met antisemitische samenzweringstheorieën of juist mensen die in alle moslims de vijand zien. Je kan je voorstellen dat deze gesprekken lang niet altijd soepel verlopen. Soms maken de gesprekken me verdrietig, soms boos. Het is angstaanjagend te horen wat sommige mensen denken over een groep mensen die dichtbij je staat. Een groep waar je zelf toe behoort of een groep waar je vrienden hebt.

Als mensen horen wat ik allemaal tegenkom in mijn gesprekken, schrikken ze. Hoe kan je praten met iemand die zegt dat zionisten bloed van islamitische kinderen offeren aan een eenogige god? Door met dit soort mensen te praten, zou je hun denkbeelden legitimeren. Ik vraag me alleen af wat het alternatief is. Niet tegen ze praten? Die mensen blijven toch bestaan, met hun denkbeelden. Je kan ze niet ‘wegdenken’. Door niet het gesprek aan te gaan en jezelf als het ware ‘boven’ mensen met een ander gedachtegoed te stellen, wek je alleen maar meer irritatie op. Als je gelijkwaardig het gesprek aangaat, is dit vaak anders.

Ik zeg dit natuurlijk wel heel makkelijk, maar ook ik heb mijn tranen moeten onderdrukken toen iemand mij vertelde dat “iedereen wist dat Joden geen mensen zijn.” Of toen een leerling mij vertelde dat ik geen Nederlander was, omdat ik niet blond en lang ben en mijn oma in Oostenrijk is geboren. Ook ik word bang als iemand voor mijn voeten spuugt en mij K-Jood noemt. Maar wat is het alternatief …?

Dit artikel verscheen eerder op: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/584oz/In-gesprek-blijven/?fbclid=IwAR2LroJnLMC4mJLkMzfusx0h-MxRI_8G2IgBFye3Y3uMEcitcfzUsZyqxC0

Leer je Buren kennen

De joden in vormen in Nederland een hele kleine minderheidsgroep. Zelfs in de meest ruime telling zijn er tussen de 40 en 50.000 joden in heel Nederland. Het is dan ook niet zo gek dat veel mensen nog nooit een joods iemand zijn tegengekomen. Als je nog nooit een joods iemand hebt gezien is het makkelijk om vooroordelen over de gemeenschap te krijgen, zeker als de enige “herkenbare” joden leden van de (ultra) orthodoxe gemeenschap zijn.

Mede om wél elkaar te leren kennen is door de LJG Amsterdam het project Leer je Buren kennen enkele jaren geleden opgezet. Leerlingen van het ROC, de PABO en middelbare scholen worden uitgenodigd in de synagoge om het gesprek aan te gaan en alles aan elkaar te vragen. Sinds enkele jaren mag ik dit ook faciliteren en ga ik hiervoor ook naar de prachtige synagoge Enschede.

Inmiddels zijn er al meer dan 12000 leerlingen langs geweest en blijkt het project een groot succes. In 2017 werden we al beloond met de eerste Brouwerprijs van het KHMW.  Een grote eer en bovendien een prijs van 100.000 euro die we kunnen inzetten voor onderzoek en uitbreiding van het project.

xxl

Afgelopen donderdag kwamen daarnaast journalisten van de NOS ook filmen. Hieronder een verslag van de dag:

https://nos.nl/artikel/2214044-anne-maria-is-joods-sommige-mensen-denken-dat-ik-een-demon-ben.html

Exodus uit de vuurtoren

Dina-Perla Portnaar schreef de afgelopen tijd aan een boek over haar jeugd in de orthodox-joodse gemeente. Zij heeft veel te maken gehad met geweld en dwang en heeft zich hier aan weten te ontworstelen. 11 januari presenteerde zij haar boek in de Ako in de Beethovenstraat in Amsterdam. Deze plaats speelde een belangrijke rol in haar boek als bron van kennis.

dina-perla-de-winter-768x498

Na een interview met haar over het boek was er tijd voor een panel. Verschillende vrouwen spraken vanuit hun eigen expertise over hoe emancipatie van vrouwen bewerkstelligd kan worden. Zo sprak Chantal Suissa over de rol van interreligieuze contacten, Julie Blocq-Schipper over onderwijs  en Bertina Minco over cultuur. Ik heb verteld over de rol die seksualiteit kan spelen bij emancipatie.

Als je naar de joodse traditie kijkt zijn er veel handvatten voor de bescherming en “empowering” van vrouwen. Zo mag een vrouw altijd seks weigeren, moet een man zorgen voor haar genot en zijn beide partners verantwoordelijk voor hun eigen eer.  In de praktijk is dit echter lang niet altijd het geval. Zoals Dina-Perla beschrijft in haar boek wordt, zeker in de ultra-orthodoxie, de joodse wet vaak juist gebruikt om vrouwen klein te houden. Het is onze taak om dit proberen te doorbreken en weer terug te gaan naar de eigenlijke betekenis!

 

Voor een uitgebreider verslag van de avond zie:

http://www.joods.nl/2018/01/boekpresentatie-exodus-vuurtoren-dina-perla-winter/

De grenzen van verdraagzaamheid

  • Ver·draag·zaam (bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: verdraagzamer, overtreffende trap: verdraagzaamst): “bereid andersdenkenden te verdragen; tolerant” (van Dale)
  • Grens (de; v(m); meervoud: grenzen): “denkbeeldige, scheidende lijn: een staatkundige grens; de grenzen overschrijden (of: te buiten gaan) te ver gaan”

Introductie

Nederland is een divers en multicultureel land. Vooral in de grote steden, zijn we een mengelmoes van culturen, etnische achtergronden, religies, en meningen. Het valt niet te ontkennen dat spanningen in de wereld – terreur, religieus radicalisme, economische onzekerheid – ervoor zorgen dat men steeds vaker met een scheef oog naar die diversiteit kijkt. Nederland roept voortdurend op tot meer tolerantie en verdraagzaamheid – ogenschijnlijk om de gemoederen te sussen – maar ook om dat deel van onze identiteit te benadrukken.

Want al eeuwenlang is Nederland trots op haar tolerante samenleving waarin iedereen kan zijn wie die is – homoseksueel, transgender, Jood, Moslim, VVD of SP. Maar is dit wel zo? Is Nederland wel zo verdraagzaam en tolerant als we ons voorhouden te zijn? Bovendien, wat is verdraagzaamheid eigenlijk, en is het wel iets wat we zouden moeten nastreven? Zitten er grenzen aan verdraagzaamheid, en zo ja, waar horen die dan te liggen? Zit Nederland aan de grenzen van haar verdraagzaamheid, nu ze zo getest wordt? Is verdraagzamer zijn de oplossing?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we terug naar de kern. Wat is verdraagzaamheid nu precies?

Verdraagzaamheid is een gecompliceerd begrip. Heel basaal verwijst het naar iets of iemand die verdragen wordt, en naar een persoon die de actie (het verdragen) uitvoert. Maar wat verdraagt iemand nu eigenlijk? Je zegt nooit: “ik verdraag de liefde van mijn partner”, of “ik tolereer het vinden van een goede baan”. Waarom klinkt dat zo gek? “Verdragen” zegt iets over de te verdragen persoon, of situatie.

Het spreekwoord “Als je wilt dat je kippen eieren leggen, dan moet je het kakelen verdragen” laat dit goed zien. Gekakel is niet bepaald prettig. ‘Verdragen’ geeft een inherent negatief oordeel over de persoon, situatie of het object dat verdragen wordt. Daarmee is ‘verdragen’ fundamenteel anders dan bijvoorbeeld verwelkomen. Je verdraagt een gezellige avond met vrienden niet, die verwelkom je. Op het eerste gezicht lijkt verdraagzaamheid dus een vorm van acceptatie, maar is het nèt niet.

Een land van melk en honing

Al sinds de late middeleeuwen zijn groepen die in andere landen vervolgd werden vanwege hun religie of afkomst, in Nederland welkom. Joden, Hugenoten en Katholieken kwamen naar Nederland om te genieten van onze tolerante samenleving, om vrij en veilig te zijn. Trots wordt er in de geschiedenisboeken beschreven dat mensen bij ons zichzelf mochten zijn.

Maar tussen waarheid en leugen ligt een glibberig pad. In het Protestantse Amsterdam bijvoorbeeld, waren Katholieke kerken alleen toegestaan als schuilkerk. Zo waren deze bijvoorbeeld gevestigd op de zolders van grachtenpanden, waarvan niemand officieel wist waar ze waren. Een 17de eeuws voorbeeld hiervan is nog steeds te bezichtigen in het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Ook Joden mochten hun synagogen bouwen en hadden zelfs hun eigen rechtssysteem. Desondanks mochten ze geen lid worden van gildes, moesten vooral niet teveel opvallen en konden ze alleen hulp verwachten uit hun eigen gemeenschap. Ze mochten fysiek wel in Amsterdam zijn, maar niet volledig deel uitmaken van de maatschappij. Daardoor werden Joden gedwongen om in zogenaamde ‘vrije beroepen’ te gaan werken, zoals voddenraper of diamantslijper. Mede daardoor leefden veel Joden onder de armoedegrens. De oude Joodse buurten (bijvoorbeeld rondom Waterlooplein) waren de armste van Amsterdam, waar de slechte hygiëne diverse besmettelijke ziektes tot gevolg had, zoals het ‘Jodenoog’ (trachoom). We kunnen ons dus afvragen of Amsterdam werkelijk zo tolerant was als we beweren.

Hoewel diversiteit een onderwerp is dat steeds meer onder spanning komt te staan, is de tolerantie van de Nederlandse samenleving en de lange geschiedenis daarvan iets waar een meerderheid trots op is. Maar daarmee vergeten we eigenlijk dat er in datzelfde tolerante verleden ook fouten zijn gemaakt, zoals de slavernij en het kolonialisme. Waar aan de ene kant de beleving bestaat van het ‘tolerante’ Gouden-Eeuwse Amsterdam als een mengelmoes van religies en culturen, vergeten we dat de slavenhandel in Nederland pas werd afgeschaft in 1818, en Nederland als één van de laatste landen in Europa ook daadwerkelijk een einde maakte aan de slavernij op 1 juli 1863.

Vaak is er in tolerantie en verdraagzaamheid sprake van een bepaalde vorm van egostreling. Want wie tolerant en verdraagzaam is, is een goed mens. Inherent aan het begrip is dus niet alleen de negatieve interpretatie van datgene dat verdragen wordt, maar ook de positieve, bijna arrogante hoedanigheid van de verdrager. Niet voor niets zei de Libanees-Amerikaans schrijver Kahlil Gibran “verdraagzaamheid, is liefde bevangen door de ziekte van hooghartigheid”. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor reflectie en zelfkritiek. Dan komt het vaak nog harder aan als een minderheidsgroep (de verdragenen) wél kritisch zijn op het heden danwel het verleden. Mensen zijn vaak tot op het bot beledigd als ze worden aangesproken op de andere kant van onze tolerante samenleving. “Hoe durft iemand die het zo goed heeft bij ons, te klagen”, is iets dat je nu ook terugziet bij de discussie rondom Sylvana Simons. Maar is zij niet gewoon een Nederlander zoals wij allemaal? Met net zoveel recht op klagen? Waarom mogen zogenaamde “autochtone “Nederlanders wel klagen over, bijvoorbeeld, de vele “buitenlanders”, maar mogen mensen met een andere etnische achtergrond niet klagen over de gebrekken die zij zien in Nederland?

Een scheve verhouding

In ‘A is een letter’ van Hugo Brandt Corstius schreef hij: “verdraagzaamheid, het inzicht dat de ander toch te stom is om tot een beter inzicht te komen”. Verdraagzaamheid is de superieuriteit van de verdrager tegenover de inferieuriteit van de te verdragene. Die verhouding is scheef. Het is  meestal de machthebbende partij die de  gebreken tolereert van de de partij die onderdrukt wordt. Denk bijvoorbeeld aan Zuid-Afrika. De Afrikanen ‘verdroegen’ de Boeren van Nederlandse komaf en hun apartheid regime niet, daar hadden ze simpelweg geen keuze is. En hoe zou het voelen, als het algemeen bekend was dat ‘allochtone’ Nederlanders de ‘autochtone’ Nederlanders slechts ‘verdragen’? In verdraagzaamheid zit een machtsstrijd tussen een onderdrukte minderheidsgroep en de machtgebbende meerderheid.

Bovendien is verdraagzaamheid is vaak flinterdun: zodra iemand ‘over de schreef gaat’, en iets zegt dat machthebbende partij tegen de borst stoot, is tolerantie snel weg. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen met zaken als de zwarte pieten discussie. De minderheidsgroep, in dit geval vooral van Surinaamse afkomst, wordt, omdat ze wijzen op het racistische karakter van ons Sinterklaasfeest, weggezet als ondankbaar. Hoewel velen al generaties lang in Nederland wonen, goed Nederlands spreken en volledig deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, worden ze bestempeld als ‘verraders’ en ‘buitenlanders’ omdat ze een andere mening hebben dan de ‘autochtone’ meerderheid. Ze moeten zelfs maar ‘terug naar hun eigen land’.

De verbinding (ver te) zoeken

Het probleem van verdraagzaamheid is dat het een onecht gevoel van verbinding geeft, waardoor mensen geen verdere stappen denken te hoeven ondernemen. Verdragen kun je zelfs zien als een valse vorm van engagement – want niemand kan écht met elkaar in dialoog als zij niet op gelijke voet staan. Verdraagzaamheid geeft dus weinig gelegengeid tot het écht van elkaar kunnen leren.

Verschil – in religie, afkomst, cultuur, mening – wordt vaker wel dan niet als iets negatiefs gezien. Verschil duwt ons uit onze comfortzones waar alles is zoals het al jaren is geweest. We voelen ons veilig als we onze wereld kunnen doorgronden, voorspellen. De ander, met zijn andersheid, begrijpen we niet, en uit angst sluiten we onze deuren. De ander voelt zich vervolgens bestempeld als antagonist en doet ter verdediging ook de deur dicht.

Door een ander toe te laten en ook écht met die ander in gesprek te gaan, zouden jouw eigen ideeën wel eens kunnen veranderen. Die verandering, het onbekende, is eng: misschien kom je er achter dat je bepaalde dingen al jarenland verkeerd ziet. Toegeven dat je verkeerd zit, is misschien wel het moeilijkste van het menselijk bestaan. Het vergt een hoop moed, want je eigen fouten erkennen zou zomaar wel eens een deuk in je zelfvertrouwen kunnen betekenen. De ander betekend ‘gevaar!’ en het is dus makkelijker om jezelf af te sluiten.

Verschil als voordeel

Eén oplossing die veelal wordt aangedragen is het ontkennen van verschil: “wat nou verschil, we zijn toch allemaal hetzelfde?” Hetzelfde zijn is veilig. Iemand die hetzelfde is, heeft overeenkomstige opvattingen, en dat betekent dat jouw opvattingen dus worden gesteund. Zo sta je niet alleen. Maar, accepteren we daarmee verschil, andersheid? Nee! Het wordt slechts ontkend.

We zijn niet hetzelfde. We hebben verschillende culturen, etniciteiten, genders, religies, seksuele voorkeuren. We hebben als ‘mens’ de meest uiteenlopende en kleurrijke ideeën en competenties. Waar de één schitterend viool kan spelen, kan een ander prachtig voetballen, schilderen of kritisch nadenken. We zijn man, vrouw, of iets daar tussenin. We hebben verschillende behoeften, verschillende tradities. Van vijfmaal per dag bidden en het vieren van de Ramadan tot het eten van rauwe vis opgerold in zeewier en rijst tot het bouwen van dijken en machtige waterwerken. Waarom zou dat iets slechts moeten zijn dat we óf moeten ontkennen, óf moeten verdragen?

We zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Dat niet-gelijk zijn heeft zelfs zo zijn voordelen. Diverse psychologische onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat teams bestaande uit mensen met uiteenlopende achtergronden (etnisch, cultureel, religieus, professioneel, etc.) goede resultaten boeken. Het is niet zozeer dat ze meer oplossingen aanbrengen dan homgenere teams, maar wel kwalitatief betere oplossingen. Zo heeft diversiteit zelfs professioneel en economisch voordeel.

We kunnen niet erkennen dat verschil ook tot hevige conflicten kan leiden. Hedendaagse oorlogen gaan bijna allemaal over verschil van mening. Maar verdraagzaameid is daar geen antwoord op. Conflicten ontstaan uit onbegrip, en onbegrip wordt niet opgelost door verdragen omdat je daarmee het verschil slechts uit de weg gaat. Sociale problemen kunnen alleen opgelost worden door de kern van het probleem te doorgronden, door te begrijpen. Dat klinkt eng. Vaak lijken de ‘keiharde aanpak’ en zero tolerance politiek in eerste instantie gepaster, omdat ze inspelen op onze gevoelens van onrechtvaardigheid. Maar daar lossen we het probleem niet mee op.

Tot slot

Verdraagzaamheid is beladen met de ongelijkheid tussen de verdragers en de verdragenen. Daarom is niet verdraagzaamheid, maar op gelijke voet de verbintenis blijven opzoeken de oplossing. Misschien is dialoog in eerste instantie makkelijker als we benadrukken in welke dingen we wél hetzelfde zijn: we willen gelukkig zijn, we willen een goed leven voor onze geliefden, we willen zinvol werk doen. Maar daarna komt het zware werk. Laten we nou eens proberen om naar het besef toe te werken dat verschillen niet zo eng zijn als we denken. Dat kan in kleine stappen, Rome is immers ook niet in één dag gebouwd. Ga eens het gesprek met elkaar aan. Vraag eens wat iemands beweegredenen zijn, en gebruik het antwoord om op jouw eigen motieven te reflecteren. De ander is een spiegel: door een ander vragen te stellen kan je je eigen standpunten beter leren kennen. Groeien doen we niet in onze comfortzone, maar nèt daarbuiten. Dus die grenzen, die mogen nog een heel eind verlegd worden.

Verscheen eerder op Nieuw Wij, geschreven met Rosanne Anholt

 

Joden en Syriërs vrienden? Zeker!

Afgelopen dinsdag bezocht een aantal mensen van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam het asielzoekerscentrum aan de Havenstraat in Amsterdam. Na alle commotie rondom het plaatsen van een opvang in Amstelveen leek het hen belangrijk een positief signaal af te geven aan de vluchtelingen. Ook of misschien wel juist de Joodse bevolking van Amsterdam wil hen van harte welkom heten. Een verslag van Anne-Maria van Hilst.

Door: Anne-Maria van Hilst

Toen ik vanuit mijn synagoge de mail kreeg met de vraag om langs te gaan bij de vluchtelingen aan de Havenstraat moest ik toch even nadenken. Hoewel ik het niet eens ben met alle bangmakerij rondom de vluchtelingen, vroeg ik mij toch af hoe verstandig het was om met een groep Joden op bezoek te gaan bij getraumatiseerde Syriërs. Voor veel Syriërs is Israël toch staatsvijand nummer één. Niet iedereen kan altijd het verschil zien tussen Joden en Israëliërs. Na de zoveelste schokkende beelden, nu vanuit Steenbergen, was ik om. Een positief signaal afgeven aan deze mensen was het allerbelangrijkste. Ze hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt en moeten weten dat ze in Amsterdam veilig en welkom zijn. Ook of misschien wel vóóral de Joodse bevolking van Amsterdam heet hen welkom!

We kwamen binnen met allerlei muziekinstrumenten, lekkere hapjes en lachende gezichten. Er was hun verteld dat de Joodse gemeenschap van Amsterdam een feestje kwam bouwen, dus de verwachtingen waren hoog. De eerste minuten stonden we elkaar een beetje ongemakkelijk aan te staren, maar toen onze voorzanger Gilad de gitaar pakte en een lied begon te zingen was het ijs snel gebroken. Het lied, in zowel Arabisch als Hebreeuws, lokte al snel een gezellig gezang uit van de groep. Toen er een groep in oranje shirts geklede Irakezen binnenkwam met een grote Nederlandse vlag, begon het feestje pas echt.

Terwijl ik aan het meezingen was, kwam een jonge Syrische man op me af. Hij keek me lachend aan en stak zijn hand uit en zei in het Nederlands: “Ik heet Wissam, wie jij? Je hebt hele mooie ogen.” ik stelde mezelf voor en we begonnen een gesprek, half in het Nederlands, half in het Engels. De 22-jarige jongen vertelde dat hij pas twintig dagen in Amsterdam was. Ik was verbaasd dat hij al zo goed Nederlands kon spreken. Daarna vertelde hij dat hij elke dag lessen kreeg. Hij was bezig geweest met een opleiding in Syrië toen hij daar weg moest gaan. Hij miste het studeren. Hij vertelde dat hij en zijn vriend Nachus al door heel Amsterdam waren gelopen en dat iedereen vriendelijk tegen hun deed.

Geleidelijk kwamen er steeds meer mannen om me heen staan. Iedereen stelde zich vriendelijk voor en vroeg of ze met me op de foto mochten. Ze wilden laten zien hoe Nederlandse vrouwen eruit zagen aan hun vrienden en familie in Syrië. Mohammed, een wat oudere man die advocaat was in Syrie, vroeg me zelfs om een filmpje te maken waarbij ik wat woorden in het Nederlands zei. Dit stuurde hij vervolgens naar zijn vrouw en kinderen. Hij liet daarna trots foto’s zien van zijn twee zoons die achtergebleven waren daar. Hij wilde niets liever dan ze meteen hier naartoe halen.

Ik vroeg aan Wissam of ze wisten dat wij Joods waren en of dat geen probleem was. Hij vertelde dat sommigen bewust in hun kamers gebleven waren om ons niet te hoeven zien, maar dat de overgrote meerderheid erg blij met ons was. “Jullie zijn toch gewoon mensen. Het is zo leuk dat jullie een feestje met ons komen vieren.” Nou en een feestje werd het. Er werd gezongen, gedanst en gekletst. Iedereen door elkaar heen, hand in hand. Volgens mij voelden ze zich welkom, zoals het hoort. Joden en Syriërs vrienden? Zeker!

Dit artikel verscheen eerder op: http://www.nieuwwij.nl/opinie/syriers-en-joden-vrienden-zeker/

Mo en Moos

Mijn hele leven ben ik al geïnteresseerd in diversiteit. Tijdens mijn jeugd in Amsterdam Zuidoost kwam ik in contact met mensen van verschillende religies en afkomsten. Dat intrigreerde me altijd al. Iedereen had zijn eigen gewoontes, of het nou ging om eten, etiquette, de verhouding man/vrouw of religie. Het viel me echter op dat niet iedereen zo flexibel met elkaar om ging als bij mij in de buurt. Als ik naar mijn familie in Amersfoort ging merkte ik dat er daar in de buurt toch wat gekker gekeken werd naar mijn buitenlandse vriendinnetjes. Andersom merkte ik dat bij sommige vriendinnetjes thuis het veel minder normaal was om als meisje een discussie te voeren met de mannen in het gezin. Dit vond ik al vanaf jonge leeftijd ongemakkelijk.

Zodra ik oud genoeg was heb ik mij ingezet voor diversiteit. Dit kon zowel op microniveau zijn, zoals mensen van verschillende religies bij mij thuis uitnodigen, als macroniveau zoals meewerken aan projecten zoals “Gelijk is gelijk?!” van Diversion. Een jaar geleden zag ik op internet de oproep voorbij komen voor Mo en Moos, een project waarbij Joodse en islamitische Young professionals ( 25-35 jarigen) met elkaar in contact werden gebracht. Het doel van het project was om jonge toekomstige leiders van de diverse gemeenschappen bij elkaar te brengen en samen te werken aan een betere samenwerking in Amsterdam. Ik werd meteen erg enthousiast.

Na de sollicitatieprocedure konden we van start gaan. Het werd al snel duidelijk dat we een diverse groep hadden: religieus en seculier, vrijgezel en getrouwd, Nederlands tot Egyptisch. Ook onze beroepen waren uiteenlopend. Van acteur tot docent tot politicus. Wat mij meteen opviel was dat maar een van de moslima’s een hoofddoekje droeg. De andere moslima’s noemden zich gedeeltelijk seculier maar ook sommige religieuze moslima’s droegen geen hoofddoek. Het was interessant om te horen wat hun beweegredenen waren om het wel of niet te dragen. Zo gaf de moslima die wel een hoofddoekje droeg aan dat dit vooral was voor haar eigen bescherming. Dat het voelde alsof ze een grens tussen haar en mannen legde. Niet zozeer voor haar fysieke bescherming maar meer dat het haar weerhield om op een seksuele manier met mannen om te gaan.

De trainingen waren behoorlijk intensief. We werden onder andere getraind in het goed omgaan met de media en het goed omgaan met discussies. Het interessantste vond ik echter het leren van elkaars religies. Ik dacht dat ik door mijn achtergrond in religiestudies goed op de hoogte was van de islam maar mijn ogen zijn echt geopend. Zo moesten we een oefening doen waarbij we een stapel uitspraken kregen en deze moesten linken aan het jodendom of de islam. Zo kwamen we tot de conclusie dat zowel het Jodendom als de islam vindt dat religie iets tussen jou en God is en dat je dus niet een ander hiertoe kan dwingen. Heel mooi.

Wat mij wel opviel was dat de groep zich in de vrije tijd snel opsplitste in een mannen kant en een vrouwen kant. Dit werd vooral tijdens het studieweekend afgelopen mei erg duidelijk. Tijdens het vaste programma is iedereen gemixt maar in de pauze trokken de mannen en vrouwen al snel naar elkaar toe, veel meer dan ik in andere groepen heb meegemaakt. De mannen gingen apart naar het strand en de vrouwen gingen bowlen. Hoewel ik dit in het begin storend vond, merkte ik ook dat ik op een andere manier kan communiceren als ik alleen met de vrouwen ben. Het geeft een meer laagdrempelige manier van contact. Een van de vele dingen die ik nu al geleerd heb van mijn Mo en Moosjes. Ik kan niet wachten om nog meer te leren.

Dit artikel verscheen eerst op : http://www.hagar-sarah.nl/2015/07/hagar-sarah-mo-en-moos/

Mo en Moos

Zoals ik in mijn vorige stukje al schreef ben ik al mijn hele leven geïnteresseerd in diversiteit. Toen ik op Facebook een oproep zag om deel te nemen aan een dialooggroep van Joodse en islamitische young professionals genaamd Mo en Moos raakte ik dan ook meteen erg enthousiast.

In de oproep werd duidelijk dat ze op zoek waren naar jonge toekomstige leiders die graag wilden werken aan een beter samenwerking tussen de twee groepen in ons Mokum, Amsterdam. De ‘ander’ moest hierbij bereikbaar worden, alleen een appje of telefoontje van je verwijderd zijn.

Na een strenge selectieprocedure maakten we in oktober voor het eerst kennis met elkaar in een café. Een groep van twintig jongeren tussen de 25 en de 35 jaar met verschillende achtergronden. Het werd meteen duidelijk dat het een erg diverse groep was: acteurs, leraren, politici en vele anderen. Ook was de een streng religieus en de ander noemde zich juist seculier. Op het eerste gezicht was de enige overeenkomst dat we ons allemaal wilden inzetten voor de dialoog. We hadden daarbij een sterke mening over hoe die vervolgens bereikt moest worden.

De trainingen begonnen even daarna. Duidelijk werd dat voor we konden beginnen er regels moesten komen. Er was van verschillende kanten weinig vertrouwen in een goede afloop en we hoopten door duidelijkheid te stellen over wat wel en niet toelaatbaar was dit beter te laten verlopen. Discussie, zeker over Israël, was de eerste paar weken streng verboden. Eerst moesten we elkaar beter leren kennen en gaan vertrouwen. Gelukkig hadden we twee erg ervaren en bevlogen trainers die de ontmoetingen in goede banen konden leiden.

Nou dat is een ding waar ze zeker in geslaagd zijn. De afgelopen maanden hebben we elkaar ongeveer twee keer per maand voor vier uur achterelkaar gezien in zeer intensieve, interessante trainingen. We hebben daarbij gelachen, geschreeuwd en zelfs gehuild. Vooral de interviewtraining was heel heftig. Veel verhalen over onze jeugd, onze plek in de samenleving en je altijd ‘de ander’ voelen waren voor ons allemaal herkenbaar. We bleken veel met elkaar gemeen te hebben. We hadden tot onze verbazing meer overeenkomsten dan verschillen. Hierdoor zijn we een erg hechte en intieme groep vrienden geworden die elkaar constant berichten en hilarische filmpjes sturen in een Whatsappgroep.

We zijn zelfs zo hecht geworden dat toen het tijd was om de moeilijke discussies aan te gaan, zoals over Israël, dit helemaal goed is gegaan. Hoewel de emoties bij sommigen erg opliepen bleef iedereen respectvol en liepen de meesten weg van de discussie met een tevreden gevoel. Ikzelf heb van de discussies ook veel geleerd en heb hier meer respect voor de andere standpunten gekregen. Dit geldt ook voor de discussie over bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting. Hoewel ik het niet altijd eens ben geworden met de ander snap ik door de manier van communicatie en het respect wat ik heb voor de groep wel beter waarom ze denken wat ze denken.

Over een paar weken trekken we met onze groep de wereld in. We gaan dan scholen, bedrijven en andere plaatsen af om te vertellen over onze ervaringen met diversiteit. Daarnaast hebben we nog een aantal andere spannende activiteiten gepland maar die houden we nog even geheim. Ik kan niet wachten om met mijn lieve vrienden deze stap te ondernemen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we samen alle moeilijkheden die we ongetwijfeld zullen tegenkomen aankunnen en ben erg trots dat ik deel mag maken van deze fantastische groep mensen.

Dit stuk verscheen eerder op Nieuw Wij

Mag ik je hoorntjes even voelen?

Een tijdje geleden mocht ik een stuk schrijven over de dialoog voor de website Nieuw Wij.

Hieronder mijn verhaal:

Onze samenleving wordt meer en meer een smeltkroes van verschillende culturen en religies. Door immigratie wordt de diversiteit van talen, gewoontes en rituelen in Nederland steeds groter. Hoewel dit heel veel culturele rijkdom geeft, groeit ook het risico op onbegrip en miscommunicatie. Belangrijk is daarom dat er meer initiatieven gesteund worden op het gebied van educatie in diversiteit.

Door: Anne-Maria van Hilst

Diversiteit is iets waar ik mij al vele jaren mee bezighoud. Als klein meisje was ik al geboeid door de verschillende culturen die zich in Amsterdam bevinden. Ik ben opgegroeid in Amsterdam- Zuidoost en op mijn Montessori basisschool zaten leerlingen die uit tientallen verschillende landen kwamen. Elk met hun eigen keuken, talen en gewoontes. Doordat het zo divers was praatte iedereen wel Nederlands maar leerden we veel van elkaars cultuur. Dit werd gesteund door de school, die onder andere festivals organiseerde.  Hierbij verkleedden wij ons in onze klederdracht, namen we ons eigen eten mee en vertelden we over onze cultuur. Al die andere culturen werden hiermee niet iets “engs” of “vreemds” maar iets wat je eigen leven en cultuur kon verrijken.

Dat dit niet bij alle mensen zo ging ontdekte ik al snel. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik merkte dat voor sommige mensen “anders” als iets negatiefs werd gezien. Onbekend maakte onbemind. Ik had al heel vroeg het gevoel dat dat mijn taak was hier wat aan te doen. Door mensen elkaar te laten ontmoeten en dan vooral op jonge leeftijd, kan je heel veel problemen wegnemen.

Dit idee heb ik in mijn werkende leven tot uiting gebracht. Ik werk bij diverse organisaties die contact met de ander bevorderen. Zo is er het Joods Historisch Museum. Bij mijn werk in het kindermuseum van het JHM kom ik vaak in contact met groepen kinderen die nog nooit een Joods iemand hebben gezien. Als ze aan Joden denken, denken ze aan Anne Frank, de Tweede Wereldoorlog of Israël. Joden zijn of een bijna uitgestorven groep of een vijand. Ik ga dan echter met de kinderen in gesprek en probeer te vertellen dat er Joden in alle soorten en maten zijn. Ook wijs ik ze erop dat veel van de Joodse gebruiken erg lijken op die van bijvoorbeeld de christenen of de moslims. Daarna zie je dat ze opener worden.

Dit merk je ook bij de lessen die ik voor Diversion ( een bureau voor maatschappelijke innovatie) geef voor het project Gelijk=gelijk?!. Hierbij ga je basisschoolklassen af met een Joodse, homoseksuele en islamitische jongere om te praten over discriminatie. In het begin merk je vaak dat de leerlingen verbaasd zijn dat je Joods bent. Het vijandsbeeld wat ze soms hebben meegekregen past niet bij het meisje wat voor hun neus staat. Ik probeer hierbij altijd een hele open houding te hebben en vragen te stimuleren. Er zijn geen gekke, beledigende of stomme vragen. Zo was er bijvoorbeeld eens een meisje dat vroeg of ze mijn hoorntjes mocht voelen omdat ze had gehoord dat alle Joden demonen waren. Hoewel je hier natuurlijk van schrikt, vind ik het wel heel fijn dat leerlingen zich bij mij zo veilig voelen dat ze dit kunnen vragen. Liever dat ze zoiets vragen dan dat ze nog steeds met twijfels of vooroordelen naar huis gaan.

Als ik aan het einde van zo een dag als feedback van de kinderen krijg “ ik had nog nooit een jood ontmoet maar nu vind ik u lief” dan is dat een goede dag. Een goede verhouding met de ander krijg je niet door dwang of geweld maar door elkaar te leren kennen. Bekend maakt bemind!

Trialoogweekend

Afgelopen weekend was ik begeleider bij het trialoogweekend in het dominicanenklooster in Huissen. Het doel  van dit weekend was om met Joodse, christelijke en islamitische vrouwen samen te komen en teksten te bestuderen onder het thema volharding. De organisatie had elk voor zich een stuk van hun eigen heilige boeken voorbereid om samen met de groep te bestuderen. We hadden afgesproken om ons vooral te concentreren op de rol van Hagar/Hajar binnen de verschillende tradities.

De sfeer van het weekend was erg goed. We hadden van tevoren afgesproken om politiek zoveel mogelijk buiten de beschouwing te laten, vooral ook omdat de verhoudingen ( 1 Joodse, 6 moslima’s en 10 christenen)  niet helemaal evenwichtig waren. Toch was het erg fijn dat verschillende islamitische vrouwen naar mij toekwamen om aan te geven dat hoewel we waarschijnlijk van mening verschilden als het ging over Israël, ze dat goed konden loskoppelen van hun gedachten over Joden.

Hoewel het weekend erg vermoeiend was gaf het ook veel energie. Iedereen was erg open, stelde veel vragen en moedigde erg aan dat ik de joodse rituelen voordeed. Ook waren ze erg enthousiast over de door mij begeleide manier van leren: het Lernen. Hierbij ga je in tweetallen heel diep in op een tekst. Je bestudeert hierbij echt alle punten en komma’s en bekijkt hoe je een woord nog meer kan interpreteren. Overigens bestaat  hierbij geen goed of fout. Het gaat erom dat je het goed kan beargumenten. Na ongeveer een half uur studie ga je vervolgens de tekst plenair bespreken. We hebben alle teksten op deze manier bestudeerd.

trialoogweekend

Afgelopen maandag werden we gevraagd om het weekend nog eens op de radio te komen bespreken bij het programma Dichtbij Nederland. Ik heb hierbij met de islamitische Anne Dijk en de christelijke Wilma Blaak verteld over hoe mooi het was om op zo een open manier bezig te zijn met de teksten. U kunt dit naluisteren.

Al met al dus een zeer inspirerend weekend. Ik kijk uit naar de volgende! Hopelijk wel met een wat evenwichtigere samenstelling.