Opzoek naar mijn familiegeschiedenis…

In de paar maanden dat u voor het laatst van mij heeft gehoord, is er veel gebeurd. Ik ben getrouwd, op huwelijksreis geweest in Hawaii en heeeel veel werk. Al met al was het dus een tijd met bijzondere momenten. Hoogte punt was mijn choepa, omringd door al mijn lieve vrienden en familie. Je kan zo lang naar iets toewerken, maar op het moment dat het zo ver is, is het toch anders.

Dit geldt ook voor een andere belangrijke gebeurtenis de afgelopen maanden. Al jaren ben ik op zoek naar de geschiedenis van de familie van mijn vader. De vader van mijn vader is al in 1946 overleden en mijn oma in 1984. Beide heb ik dus nooit gekend. Zeker mijn oma heeft mij altijd geïntrigeerd, mede omdat ik vaak hoor dat ik op haar lijk. Ik ben close met de familie van mijn moeder, maar die zijn allemaal lang en blond, dus daar herken ik weinig in van mijzelf.

De moeder van mijn vader, Hermine Grillenberger, werd in 1904 geboren in Graz, Oostenrijk. Zij kwam voor werk naar Nederland in de jaren twintig van de vorige eeuw. Hier ontmoette zij mijn opa en samen kregen ze vier kinderen. Veel meer dan dit is er bij mij niet bekend. Al jaren wilde ik daarom naar Graz, om meer van haar leven te ontdekken. Omdat ik weinig informatie had wist ik niet goed wat ik moest doen. Een paar weken geleden hakte ik de knoop door en besloot ik alsnog te gaan, alleen. Ik wilde het zelf ervaren, zelf rondlopen in haar stad.

Vanaf het moment dat ik de eerste torens van Graz zag, kwam er een bijzonder gevoel bij mij op. Had mijn oma ook deze straten belopen? Had zij ook deze kerk bezocht? Wat vond zij van de oude klokkentoren op de berg? Hoewel het een vreemde stad was, voelde ik mij meteen thuis.

Aan de andere kant merkte ik dat de Joodse historica in mij het erg lastig had. Op een tentoonstelling in een museum en wat Stolpersteine na was er niks terug te vinden over de oorlog. Veel aandacht was er echter voor de bezetting ná de oorlog door de Russen. Iets wat bij onze geschiedenisboeken weer amper is terug te vinden. Toen ik een oud antiekwinkeltje binnenstapte en leuk aan de praat raakte met een oudere man daar kon ik het niet helpen me af te vragen: wat zou hij ervan vinden als hij wist dat ik Joods ben? Wat deed hij in de oorlog?

Ook na mijn bezoek zijn nog veel vragen onbeantwoord gebleven. Wie is daar nog van mijn familie bijvoorbeeld? Wat voor rol speelden zij in de oorlog? En nog veel meer. Maar een eerste kennismaking is er nu geweest.

 

Dit artikel verscheen eerder op: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/wh4oz/Graz/

Zonder ruzie

Voor mijn werk kom ik op veel verschillende plekken. Ik heb al lezingen gegeven in kerken, moskeeën, kloosters, hogescholen en musea. In januari werd mij door een vriend van mij echter gevraagd om iets heel anders te organiseren. Hij geeft geschiedenis en maatschappijleer op het Luzac in Alkmaar. Voor het vak maatschappijleer wilde hij graag het religieuze leven in de stad laten zien. Een aantal jaren geleden heb ik al in Alkmaar gewerkt voor een interreligieuze vrouwengroep, dus de contacten waren snel gemaakt. Het was erg mooi om te zien hoe enthousiast de verschillende gebedshuizen reageerden op mijn verzoek voor een bezoek.

Na al het regelwerk was het eind januari eindelijk zo ver. Met een groepje van drie jongens van mavo 3 gingen we langs bij een synagoge, moskee en lutherse kerk. Voor de meeste leerlingen, en de leraar, was het de eerste keer dat ze een moskee en een synagoge van binnen zagen. Omdat de afstanden soms best ver waren propten we ons met z’n vijven in een kleine auto, wat voor grote hilariteit zorgde. Het was een van die extreem regenachtige dagen en de ramen van de auto besloegen zodanig dat de bestuurder amper naar buiten kon kijken. Na al deze halsbrekende toeren werden we gelukkig heel warm ontvangen met thee, dadels, water, koffie en nog veel meer. De leerlingen kregen uitgebreid de kans om vragen te stellen en rond te kijken in het gebedshuis.

Aan het eind van de zeer lange maar inspirerende dag kletste ik nog even na met een van de leerlingen van alevitisch Turkse achtergrond. Wat hij toen zei maakte mijn week: “Ik wist niet dat verschillende religies ook met elkaar kunnen praten zonder ruzie te maken.”

Als nou meer mensen dat zouden weten …

 

Dit artikel verscheen eerst op: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/jb4oz/Zonder-ruzie/#lezen

Seminar Seksualiteit en Traditie

Al enkele jaren kom ik met een groep dames vanuit verschillende levensbeschouwelijke traditie samen om te leren over seksualiteit en traditie. Na jaren voorbereiding willen we het nu breder trekken. Hierom organiseren wij 22 maart een seminar voor vrouwen, door vrouwen.

Door middel van lezingen en workshops kijken we  deze ochtend naar hoe met seksualiteit en intimiteit wordt omgegaan in de verschillende tradities. Een middag met ervaringsverhalen en achtergrondinformatie over geloven en genieten, over macht, kracht en misbruik, over wat je moeder zei en over wat ze eigenlijk bedoelde…

Datum: vrijdag 22 maart 2019
Tijd: 9.30 – 14.00 uur
Locatie: Hogeschool Inholland Diemen
info en inschrijven: www.hagar-sarah.nl

 

Ik hoop jullie allen daar te zien!

3 meisjes 5

Samen sterk

Het is alweer een tijdje geleden dat ik mijn laatste column schreef voor Crescas. Altijd is het maar druk, druk, druk. Ik denk dat de meesten van u wel herkennen dat Chanoeka dan wel heel gezellig is, maar dat je wel overal tegelijkertijd moet zijn. First world problems – ik weet het.

Een van de dingen waar ik de afgelopen weken druk mee was, was het feest bij het 25-jarig jubileum van Menno ten Brink als rabbijn. Hij werd hierbij in een volle sjoel toegesproken door LJG-voorzitter Hans Weijel, vicepremier Hugo de Jonge en burgemeester Femke Halsema. De laatste twee roemden Menno vooral om zijn activiteiten in de (interreligieuze) dialoog. Hij kreeg hiervoor zelfs de Frans Banninck Cocq Penning van burgemeester Halsema.

Een aantal van die dialoogpartners was aanwezig bij de plechtigheid. Ik maakte een rondje onder de aanwezigheden en voor ik het wist verdween ik in een hele hartelijke omhelzing. Mijn lieve ‘knuffelopa’s’ Mustafa Slaby en Mohammed Echarrouti lieten meteen merken hoe blij ze waren mij weer te zien.

Inmiddels ken ik beiden al enkele jaren. Bij diverse gelegenheden kwamen ze bij ons in de synagoge langs en wij in de moskee. Zo vierden hun leerlingen bij ons de modelseder mee met de kinderen van Talmoed Tora en zijn onze leerlingen langs geweest voor een bezoek aan hun lessen.

Elke keer als ik Mustafa hoor praten, word ik emotioneel over zijn kracht en kennis. Hij zet zich zo in voor zijn land Nederland, het land waar hij als een van de eerste gastarbeidersnaartoe kwam, en zijn inwoners. Een paar jaar geleden liep ik op hem af na een toespraak en zei dat ik hem zo bewonderde en hem eigenlijk een knuffel wilde geven, maar dat ik snapte dat dat niet gepast was. Hij opende zijn armen en zei: “Ach, kom hier meisje.” Sindsdien krijg ik elke keer dat ik hem zie, heel veel knuffels van hem. We worden soms wel gek aangekeken: een Marokkaanse man van rond de zeventig en een Joodse vrouw van rond de dertig in een stevige knuffel. Maar ach, wat heb ik het soms nodig en wat voelt het fijn. Hij lijkt aan te voelen wanneer ik het het meest nodig heb, wanneer ook ik twijfel aan het nut van de dialoog. Wanneer ik bang ben, me verdrietig voel. Juist dan krijg ik de meest stevige knuffels van hem en voel ik me weer gesteund.

Samen staan we sterk

Dit artikel verscheen eerst bij: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/2e4oz/Samen-sterk/

In gesprek blijven…

De afgelopen weken was er discussie over een uitzending van RTL Late Night. De presentator, Twan Huys, zou hebben beloofd dat een van de gasten niet aan tafel zou hoeven zitten met een andere gast. Na de gast veel ruimte te hebben gegeven om haar verhaal te vertellen, verbrak hij toch die belofte. Voor ik hier een discussie oprakel over zwarte pieten en het wel of niet gelijk hebben van de #blokkeerfriezen, het ging mij om wat anders. De kern voor mij lag hier: mag of moet je weigeren het gesprek aan te gaan met iemand?

In mijn werk heb ik dikwijls te maken met mensen die ideologisch lijnrecht tegenover me staan. Mensen met antisemitische samenzweringstheorieën of juist mensen die in alle moslims de vijand zien. Je kan je voorstellen dat deze gesprekken lang niet altijd soepel verlopen. Soms maken de gesprekken me verdrietig, soms boos. Het is angstaanjagend te horen wat sommige mensen denken over een groep mensen die dichtbij je staat. Een groep waar je zelf toe behoort of een groep waar je vrienden hebt.

Als mensen horen wat ik allemaal tegenkom in mijn gesprekken, schrikken ze. Hoe kan je praten met iemand die zegt dat zionisten bloed van islamitische kinderen offeren aan een eenogige god? Door met dit soort mensen te praten, zou je hun denkbeelden legitimeren. Ik vraag me alleen af wat het alternatief is. Niet tegen ze praten? Die mensen blijven toch bestaan, met hun denkbeelden. Je kan ze niet ‘wegdenken’. Door niet het gesprek aan te gaan en jezelf als het ware ‘boven’ mensen met een ander gedachtegoed te stellen, wek je alleen maar meer irritatie op. Als je gelijkwaardig het gesprek aangaat, is dit vaak anders.

Ik zeg dit natuurlijk wel heel makkelijk, maar ook ik heb mijn tranen moeten onderdrukken toen iemand mij vertelde dat “iedereen wist dat Joden geen mensen zijn.” Of toen een leerling mij vertelde dat ik geen Nederlander was, omdat ik niet blond en lang ben en mijn oma in Oostenrijk is geboren. Ook ik word bang als iemand voor mijn voeten spuugt en mij K-Jood noemt. Maar wat is het alternatief …?

Dit artikel verscheen eerder op: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/584oz/In-gesprek-blijven/?fbclid=IwAR2LroJnLMC4mJLkMzfusx0h-MxRI_8G2IgBFye3Y3uMEcitcfzUsZyqxC0

Schuld en vergeving

Het vak Levensbeschouwing is en blijft een grote interesse van mij. Al op de middelbare school raakte ik geïntrigeerd in wat geloof kan doen met een mens. Geloof kan een mens kracht geven, geloof kan een mens breken. Toen mijn oma een paar maanden geleden op sterven lag, kwam het geloof weer heel dichtbij haar. Was ze wel een goed mens geweest? Waarom had ze dan zoveel pijn? Haar geloof gaf haar ook angst. Ze voelde zich machteloos. Ze was bang dat haar christelijke God haar niet kon vergeven en dat ze daarom eeuwig zou lijden. Dat vond ik moeilijk om te zien.

Geloof werkt voor mij anders. Ik denk niet dat er een God is die je straft voor wat je fout hebt gedaan of hebt geloofd. Niet in een God die een vrouw van 97 met veel pijn laat sterven. Zeker niet als haar intenties goed waren. Wanneer het als mens je intentie is om een goed mens te zijn, om van de wereld een mooiere plek te maken, ben je goed bezig. Bidden en geloven zijn hierbij secundair. Het gaat om wat je doet. Hier word je niet voor beloond of gestraft. Het gaat niet om jou, maar om de wereld. Ik probeer de wereld mooier te maken door mensen met elkaar in gesprek te laten komen. Mijn beloning is vriendelijkheid te zien in gezichten van ‘de ander’.

Toch maakt iedereen wel eens een fout, bewust of onbewust. Je laat je eigen verlangens soms voorgaan op die van een ander. Het is nooit te laat om dit te herstellen. Als je oprecht spijt hebt, kan het goedkomen. Niet (alleen) door te bidden, maar vooral door naar degene toe te gaan die je kwaad hebt gedaan. Zeker tijdens de Jamiem Noraiem, de dagen van inkeer. Geloof geeft mij kracht, zelfstandigheid. In het Jodendom gaat men uit van de eigen kracht, de eigen verantwoordelijkheid. Of zoals in de Netflix-serie Orange is the New Black wordt gezegd: “De joodse God is een werkwoord, je moet er iets voor doen.”

Veel van mijn niet-Joodse vrienden snappen dit niet. De gelovige vrienden zeggen dat je moet bidden tot God en boete moet doen. Waarom is het nog een geloof als je God er niet bij betrekt? De niet-gelovige vrienden worden moe van mijn zoveelste sorry. Of dit de goede methode voor iedereen is? Ik weet het niet, maar voor mij werkt het.

Dit artikel verscheen eerder op: https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/

Bubbels

De afgelopen weken was ik ziek thuis met een longontsteking. Toen ik me weer een beetje in het land der levenden bevond, sloeg de verveling snel toe. Na een aantal binge watch sessies van onder andere de Israëlische hitserie Fauda, ging ik maar de social media op.

Door mijn werk in de interreligieuze dialoog heb ik veel niet-Joodse vrienden. Hierdoor zie ik dingen voorbijkomen op social media die normaal niet bij mijn Amsterdamse-linkse-jongeren-bubbel horen. Berichten van rechts Nederland over vluchtelingen maar ook pro-Palestijnse berichten. Hoewel ik deze berichten met een korreltje zout neem, probeer ik het wel te lezen om op de hoogte te zijn wat ‘de ander’ denkt. Soms leer je wat nieuws.

Andersom probeer ik ‘de ander’ ook bloot te stellen aan mijn bubbel. Zo had onze rabbijn, Menno ten Brink, een mooie droosje geschreven over de nieuwe wet op de Joodse natiestaat in Israël. Iets waar vooral mijn islamitische vrienden kritiek op hebben.

Veel van de kritiek is begrijpelijk. Ik sta ook helemaal achter de kritiek die wordt verwoord in de droosje van Menno. In andere bubbels is deze wet, net zoals veel nieuws uit Israël, echter omringd met samenzweringstheorieën die, mijns inziens, niet kloppen. Een van die theorieën is dat ‘de’ Israëli’s of zelfs ‘de’ Joden hiermee laten zien dat we alle niet-Joden Israël uit willen hebben. Het is altijd al even lachen als je merkt dat mensen denken dat je Joden het eens kan laten worden; ik wil ze dan altijd uitnodigen bij een vergadering in de Joodse wereld …

Door informatie van mijn bubbel te delen laat ik zien dat hoewel velen van ons, inclusief ikzelf, volledig achter het bestaansrecht van Israël staan, we wel kritisch zijn op sommige ontwikkelingen daar. Er is niet één Joodse of Israëlische mening. En veel van het nieuws van ‘de ander’ ligt veel genuanceerder dan wij van een afstand kunnen zien. Daarom is het zo belangrijk eens bij een ander in de bubbel te kijken of ze uit te nodigen in jouw bubbel.

Welke bubbel zou jij een keer een blik in willen werpen?

Dit stuk verscheen eerder op : https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/up4oz/Bubbels/

Vragen stellen

Religie is altijd al mijn passie geweest. Zozeer, dat ik mijn studerend leven begonnen ben met een studie Wereldreligie in Leiden. Deze keuze bleek toch niet helemaal bij mij te passen, vandaar dat ik na het behalen van mijn propedeuse ben teruggekeerd naar Amsterdam. Toch ben ik (het bloed kruipt waar het niet gaan mag), naast mijn studies in Hebreeuws en Geschiedenis, actief geworden in het interreligieuze veld. Hierbij leid ik gesprekken tussen verschillende groepen mensen. Joden en niet-Joden, vrouwen en mannen, allochtonen en autochtonen. Sommige dialogen hebben een wetenschappelijk karakter, andere zijn laagdrempeliger ingestoken. In mijn columns voor Crescas wil ik u graag een kijkje geven in de wereld van de interreligieuze dialoog.

Juist op thema’s die mijn bijzondere interesse hebben, zoals seksualiteit en eerbaarheid, valt er veel van elkaar te leren. De prikkelende en controversiële onderwerpen leiden vaak tot een dosis humor en laagdrempeligheid. Het toppunt was toen ik in een klooster in Huissen in een bloot jurkje op hakken een groep monniken aan het vertellen was over vrouwelijk genot. In het christendom, en zeker voor monniken, is seksualiteit vaak een heel zwaar onderwerp en nu vertelde een jonge vrouw hun opeens over seks …

Iets wat regelmatig aan de orde komt, is de pluriformiteit binnen het Jodendom. Veel niet-Joden (onbekend met het Jodendom) hebben een heel eenzijdig beeld van ‘de Jood’ of ‘het Jodendom’. Wanneer ik met hen lern, valt het op dat er al lernend wordt gezocht naar het ‘juiste’ antwoord. Wanneer ik vervolgens aangeef dat juist de discussie het doel is, niet het middel, en dat (bijna) alles open is voor interpretatie, krijg ik geschokte reacties.

Eén van de aspecten die mij het meest aanspreekt in het Jodendom, is de nadruk op het stellen van vragen. Dat is ook datgene wat ik vooral propageer, zowel in de intra- als interreligieuze dialoog: stel vragen! Niks is hierbij taboe. Hoewel sommige vragen, zeker buiten onze eigen veilige enclave, soms confronterend kunnen zijn, heeft het ook voordelen. Je hebt een actieve houding nodig, je moet blijven reflecteren op je eigen mening en bereid zijn deze bij te stellen. Vaardigheden die op andere vlakken ook nuttig kunnen zijn.

Het spreekt voor zichzelf dat kennis van bepaalde teksten een voorwaarde is om mee te kunnen discussiëren. Dicht bij de traditie blijven, zonder daarbij mijn eigen stem en interpretatie te verliezen, daar haal ik veel energie uit.

Ik stuit soms op lastige situaties; uit onwetendheid worden mij weleens vragen gesteld die kwetsend kunnen zijn. Vragen over de Sjoa of over Israël bijvoorbeeld. Natuurlijk zitten er mensen bij die vragen stellen met het doel mij te triggeren. Maar de meesten zijn oprecht geïnteresseerd en benieuwd. Voor mij geldt: heb liever dat me de vraag wordt gesteld dan dat er aannames worden gedaan.

Door vragen te stellen, juist in de interreligieuze dialoog, kan ik vooroordelen voorkomen. Ik hoor verhalen over de ander, maar kloppen deze ook? Als ik na ga hoeveel verkeerde aannames over Joden gedaan worden, kan ik mij niet voorstellen dat onze aannames over andere religies of levensbeschouwingen ook altijd kloppen. Regelmatig word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik ben ervan overtuigd: alleen door het gesprek aan te gaan en de moeilijke vragen te beantwoorden en ze ook te stellen komen we nader tot elkaar.

 

Dit stuk verscheen eerder op: 

https://www.crescas.nl/blog/webcolumnvanhilst/ll4oz/Stel-vragen/

Verzet door dialoog

4 mei mocht ik een lezing geven in Schagen ter herdenking van de oorlogsslachtoffers.

Hieronder mijn tekst:

Lezing 4 mei Schagen

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

In dit beroemde gedicht van Remco Campert komt een wat mij betreft essentieel element van verzet aan de orde: het stellen van vragen, interesse tonen in de ander.

Toen mij gevraagd werd deze lezing te houden rondom het thema verzet kwamen verschillende vragen in mij op: Wat is verzet? Waarom pleegt iemand verzet? Of juist: waarom pleegt niet iedereen verzet? Gaat verzet alleen over grote daden of kan verzet juist iets heel kleins zijn?

Bij “ het verzet” wordt vaak gerefereerd aan het verzet tijdens de tweede wereldoorlog. Men denkt dan aan de bomaanslagen op registratiekantoren of mensen die hun levens riskeerden voor het rondbrengen van voedselbonnen voor onderduikers. Ik zie die mensen als helden, zonder dit verzet waren er nog veel meer doden gevallen dan er nu helaas al gevallen zijn. Doden die we vandaag, op 4 mei, hier herdenken.

Ik ben geboren in een tijd waarin er in Nederland gelukkig vrede is. Ik heb nooit hoeven schuilen voor rakketten, niemand in mijn omgeving is vermoord en heb zelfs nog nooit het luchtalarm horen afgaan, behalve op de eerste maandag van de maand.

Je zou denken: zonder oorlog geen verzet. Maar ook in onze maatschappij zijn problemen. Radicale partijen winnen stemmen, er zijn terroristische aanslagen en antisemitisme groeit. Als er op zondagochtend bij ons in de synagoge in Amsterdam les is, moeten de leerlingen langs 4 man marechaussee en 3 deuren van kogelvrij glas. Alles om ze veilig te houden. Ze mogen zelfs niet op een uitstapje hun keppel dragen, dat is te gevaarlijk.

De maatschappij is steeds meer aan het verharden en zich aan het verdelen in groepen. Veel van die groepen komen elkaar niet tegen, hebben hun eigen ( social) media  en praten niet tegen elkaar waardoor de vooroordelen over elkaar alleen maar groeien. Het is makkelijk om in deze vooroordelen mee te gaan. Om in je eigen veilige groep te blijven. Met mensen die je kent, mensen die dezelfde taal spreken en dezelfde gewoontes hebben. Maar wat is dan.de toekomst? De vooroordelen en zelfs haat zullen alleen maar groeien. Zullen mijn hopelijk toekomstige kinderen nog wel zichzelf kunnen zijn of zullen ze hun joodse identiteit moeten verhullen?

Voor mij is de enige oplossing om verzet te plegen, maar dan in het klein. Verzet te plegen door met elkaar wel het gesprek aan te gaan. Wel de ander bij je thuis uit te nodigen. Verzet te plegen door de dialoog. Door vragen te durven stellen, door moeilijke vragen over jezelf te beantwoorden. Wat mij betreft valt dit onder het belangrijkste concept in het Jodendom: Tikkoen Olam, de wereld herstellen. De wereld mooier achter laten dan dat je erop gekomen bent. Dit kan je op verschillende manieren doen. Mijn moeder raapt plastic op als ze naar de metro loopt en gooit dit weg in de plastic bak. Een leerling van mij heeft geld ingezameld om voor ezeltjes te zorgen in Israël. Ik zelf doe het door met elkaar in gesprek te gaan.

Ik probeer dat zoveel mogelijk te doen. Ik zit bij diverse interreligieuze groepen zoals Mo en Moos. Een traineeship van de gemeente Amsterdam waarbij islamitische en Joodse Young professionals over en met elkaar leerden. Om de 14 dagen hadden we 4 uur cursus over elkaars religie, gewoonten en we gingen met elkaar in gesprek. Wat hadden we gemeen? Wat vonden we moeilijk bij de ander? Wat vonden we misschien moeilijk aan onze eigen gewoontes?

We gingen langs bij elkaars gebedshuizen,  elkaars restaurants en elkaars jeugdcentra. Hierdoor leerden we elkaar echt kennen en werden we zelfs vrienden. We durfden ook de moeilijke vragen aan elkaar te stellen : over Israël/Palestina, terrorisme of vrouwenrechten. Maar door die vragen te stellen kregen we begrip voor elkaar. Hierdoor waren we er voor elkaar in moeilijke momenten. Toen een koosjer restaurant werd aangevallen door een moslim, stelde een van de islamitische deelnemers voor om langs te gaan en onze steun te betuigen. Andersom zijn we langsgegaan bij een moskee toen hier een onthoofde pop werd neergelegd.

Deze vorm van verzet is natuurlijk erg klein vergeleken bij het verzet dat we vandaag herdenken maar ook dit is gevaarlijk en confronterend. Ik ben meerdere keren uitscholden en zelfs bedreigd. Medeleden van Mo en Moos zijn door het bestuur van hun moskee aangesproken waarom ze “heulden met de zionisten”.

Ook is het confronterend voor jezelf. Door vragen te stellen en ze te beantwoorden moet je goed nadenken over je eigen positie. Waarom geloof of doe ik dit eigenlijk? Alleen omdat mij dit zo geleerd is of sta ik er ook echt achter? Dit zijn vragen die je doen twijfelen of wellicht veranderen. Is dat fout? Of kom je daardoor nader tot elkaar?

Ik heb niet de illusie dat ik de wereld in mijn eentje kan verbeteren. Zeker niet door alleen met elkaar te gaan praten. Bij veel van de ontmoetingen die ik heb gehad met “ de ander” waren er mensen die zo vastzaten in hun vooroordelen dat die met een gesprek niet de doorbreken waren. Wat mijn doel is, is een zaadje planten, mensen aan het denken te zetten waardoor ze hopelijk op een later moment meer informatie opzoeken. Waardoor hun vaste beeld over hoe “ de jood” of “ de moslim” of zelfs “ de nederlander” eruit ziet. Als mensen na een workshop of lezing naar buiten lopen met de gedachte dat de situatie misschien toch iets gecompliceerder of diverser is dan ze dachten ben ik tevreden.

Of je het nou doet vanuit religieuze overtuiging of omdat je het gewoon belangrijk vindt: ik denk dat het essentieel is om deze vormen van verzet tot uiting te brengen. En nogmaals: dat kan heel klein. Als je iemand tegenkomt die je niet kent: stel een vraag en ga in gesprek. Samen maken we de wereld een klein beetje mooier.

 

De lezing is ook opgenomen en terug te vinden op : https://www.facebook.com/985472961538571/videos/1690233034395890/?hc_location=ufi vanaf minuut 13.

Dvar Tora

7 April begeleidden de kinderen van de BM klas een gedeelte van de Sjabbatochtenddienst in de LJG. Ik mocht de Dvar Tora geven. Graag deel ik mijn tekst met jullie:

De parasja van deze week, Devarim 15:12-16:20,  is vooral een opsomming van regels. Hierbij komen een aantal opvallende regels voorbij. Zo staat er hoe je slaven moet behandelen. Je moet slaven van ons eigen volk 6 jaar lang tot slaaf houden en op het 7e jaar vrijmaken. Hierbij krijgen ze ook van alles mee. Over slaven van andere volkeren wordt hierbij niks gezegd. Het hebben van slaven lijkt dus wel geaccepteerd.

Andere regels gaan over het doen van dierenoffers. Gelukkig wordt dit sinds de vernietiging van de Tempel in 70 na het begin van de gebruikelijke jaartelling niet meer gedaan. Een van de belangrijkste dingen van het Jodendom is mijns inziens Baal Tasjchit.  Het niet verspillen of vernietigen. Dit wordt vaak uitgelegd als het  goed zorgen voor de dieren en natuur om je heen. Mocht de tempel ooit hersteld worden dan heb ik er vertrouwen in dat er een beter oplossing voor gevonden wordt voor het offeren van dieren.

Het gene wat mij echter het meeste aansprak in deze tekst was uitnodigen van iedereen aan de seider maaltijd. Je zoon, je dochter, je slaaf, de Levieten, de vreemdeling, de wees en de weduwe worden specifiek genoemd. Door het samen te vieren, ook met niet-Joden, wordt de feestvreugde alleen maar groter.

Een goede gewoonte van de LJG is om naast de algemene seider voor leden ook een tweejaarlijkse dialoogseider te organiseren.  Afgelopen dinsdag was het weer zo ver. Bij deze seider werden allerlei mensen uitgenodigd die de afgelopen jaren actief in dialoog waren met de LJG. Hierbij kan je denken aan vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam, de Protestantse Kerk Amsterdam, de Al kabir moskee, hindoetempels, vluchtelingen, en nog veel meer.

Velen van hun hebben nog nooit een seider meegemaakt. In een iets sneller tempo gingen we door de haggada heen. Er is namelijk naast de “vaste” lijn van de seider ook altijd veel ruimte voor eigen invulling. Er zijn korte speeches waarin de gasten stilstaan bij het thema vreemdelingen en slavernij. Wat betekent dat voor hun? Iedereen heeft er een andere associatie bij. Voor sommigen gaat het vooral over leren van het verleden, voor sommigen is het meer iets van het nu.

Door al de mensen te horen, juist ook van verschillende achtergronden en religies, krijgt onze seiderviering een veel diepere dimensie. Je kan heel veel leren van mensen binnen je eigen groep maar Júist ook van mensen daarbuiten. Door af en toe met de ander te praten en ze uit te nodigen in je eigen huis.