Gastvrijheid

Enkele tijd geleden mocht ik een bijdrage bij Ekklesia in Leiden geven over het thema Gastvrijheid. Hierbij mijn bijdrage.

Gastvrijheid is een veelbesproken thema in deze tijd. Iedereen heeft er wel een mening over. Binnen alle religieuze tradities is gastvrijheid een belangrijke waarde, zo ook in de Joodse. Zo hebben we net gelezen:  ‘Moge je huis een ontmoetingsplaat zijn voor wijzen, word vuil in het vuil van hun voeten en drink dorstig hun woorden op. Zet je deuren wijd open en laat de armen deel zijn van je huis.’ En ‘Wie weet of de gast die u uitnodigt niet ook de profeet Elia zal blijken te zijn?’

De eerste Joodse aartsvader Abraham staat vaak symbool voor het joodse beeld van gastvrijheid. Een begrip wat vaak aan hem gekoppeld is, is Chesed. Dit valt te vertalen met liefde, goedheid. Door je deuren wijd open te zetten voor een ander zorg je dat je die liefde verspreidt. Het komt samen met een ander belangrijk begrip in het Jodendom: Tikkoen Olam, het herstellen van de wereld. Door de wereld op een kleine schaal te verbeteren, verbeter je de wereld als het geheel.  De Joden hebben immers de opdracht gekregen als voorbeeld te dienen, een licht onder de volkeren te zijn.

Abraham was hier het lichtend voorbeeld in. In Genesis staan talloze verhalen van Abraham die zijn deuren opstelde voor gasten. Zijn tent had zelfs vier openingen waardoor gasten of mensen die hulp nodig hadden altijd naar binnen konden komen zonder op te vallen. In Genesis 18, wat we net gelezen hebben, kan je lezen dat hij veel moeite doet om zijn gasten zich welkom te laten voelen. Hij wordt hier uiteindelijk ook voor beloond, in de vorm van een kind. Dit zien we later terug bij het verhaal van Elisha in 2 koningen 4. Ook de vrouw die gastvrij is voor hem wordt beloond met een kind. Iets waar zowel Sarah als de vrouw in het verhaal van Elisha niet meer op gerekend hadden.

Hoewel een beloning in het huidige leven niet altijd zo duidelijk en direct is, is  het mijns inziens belangrijk om gastvrij te zijn. Als je je huis openstelt voor mensen van een ander geloof of een andere afkomst kan je veel leren. Daarom vind ik het ook zo mooi dat ik hier vandaag te gast mag zijn. Niet iedereen doet dingen op dezelfde manier maar dat is juist mooi. Een van de dingen die mij erg aanspreekt in het Jodendom is juist die drang om vragen te stellen, in gesprek te gaan met elkaar. Door te horen wat een ander over iets vindt, kan je ook je eigen standpunten beter leren kennen. 

We hebben de afgelopen week Pesach gevierd waarbij we de bevrijding uit de slavernij van Egypte herdenken. Hoewel het een vreugdevol feest is, met veel eten en gezelligheid, zit er altijd de kanttekening bij: wees je bewust dat we jaren lang slaaf en vreemdeling zijn geweest in Egypte!  Daarom is het tijdens die feesttijd extra belangrijk om een vreemdeling uit te nodigen aan je tafel. Een van de belangrijkste momenten tijdens Pesach is het vieren van de seider. Tijdens deze eerste avond van de pesach viering  kom je met zijn allen samen om te eten en het pesach verhaal te vertellen. Het is daarbij een gewoonte om een extra plaats voor de profeet Elia te reserveren. Aan het einde van de seider worden dan, in veilige tijden, de deuren opengezet zodat iedereen die naar binnen wil komen kan komen en aanschuiven. 

Juist iemand die je niet goed kent moet welkom bij je zijn en deel zijn van je viering. Daarom wordt in mijn gemeente, de Liberaal Joodse gemeente van Amsterdam, een dialoogseider gehouden. Hierbij worden vertegenwoordigers van allerlei levensbeschouwingen uitgenodigd om een seider mee te maken. Hierbij gaan we het gesprek aan over wat het pesachfeest nu, in deze tijd, voor ons betekent. 

Een ander voorbeeld van gastvrijheid is het project leer je buren kennen van mijn synagoge. Hierbij komen groepen leerlingen van het MBO langs en gaan we het gesprek aan over (voor) oordelen over Joden. Door deze groepen te gast te laten zijn in onze gemeente en in contact te laten komen met onze gewoontes hopen we dat er veel vooroordelen worden weggenomen. Het is mijn grote overtuiging dat veel van het antisemitisme in het bijzonder en racisme in het algemeen vooral gebaseerd is op het niet kennen van elkaar. Onbekend maakt onbemind. Gastvrijheid zorgt ervoor dat anderen zien dat joden helemaal niet zo eng zijn, dat de vooroordelen die ze hebben, vaak niet gebaseerd zijn op realiteit. Dit is alleen mogelijk als je elkaar ook echt ontmoet, elkaar in de ogen kan kijken en vragen kan stellen. Gastvrijheid zorgt hier allemaal voor!

Gastvrijheid is echter niet altijd makkelijk. Vanuit de gastheer gezien heerst de angst: ‘wat als mijn gast mijn grenzen overschrijdt? Wij krijgen in de LJG soms ook groepen die al antisemitische leuzen schreeuwend binnenkomen. Maar juist met deze groep kan je iets bereiken. Als je de vooroordelen hoort, kan je ze ontkrachten. Enger is de groep die stil blijft.  

Een andere angst is : als er teveel “gasten” zijn kan ik dan mijn eigen identiteit wel behouden?’ Zeker in tijden waarin de media een beeld laten zien waarin wij overspoeld worden door “gasten” groeit deze angst. Maar is dat wel zo erg? Zelfs als je een gedeelte van je eigen identiteit kwijtraakt die weer aangevuld wordt met een andere identiteit? Word je eigen identiteit dan niet juist rijker? 

Ik werk ook als gids in het Scheepvaartmuseum en daar moesten wij voor de afgelopen vergaderingen van de Europese unie vertellen over waarom de vergaderingen juist daar gehouden worden. Een van de dingen die ik daarbij benadrukte was dat een van de redenen waarom Nederland groot is geworden is dat het zich altijd heeft opengesteld voor andere religies en gebruiken. 

Vooral Amsterdam trok altijd een grote interreligieuze gemeenschap aan met contacten over de hele wereld. Zo groeide de plek van Amsterdam en Nederland op de wereldmarkt. De Joodse mensen die hier kwamen wonen leerden vaak Nederlands en gingen handelscontacten aan met de Nederlanders. Hierbij kwamen ze dikwijls bij elkaar over de vloer. Er ontstonden gesprekken waarbij beide partijen wat van elkaar konden leren. Daarbij behielden de Nederlanders aan de ene kant hun eigen identiteit en werd deze aan de andere kant juist uitgebreid met alle kennis en vaardigheden die de “gasten” meebrachten. Er werden nieuwe dingen gegeten, anders gekleed en anders gesproken. Het grote voorbeeld hiervan is de incorporatie van het Jiddisch in de Amsterdamse taal. De Pools-Duitse Joden die Jiddisch spraken op straat zorgden ervoor dat dit in alle elementen van het Amsterdamse dialect kwam. Ook bij de Niet-Joden. De leerlingen van Leer je Buren kennen zijn vaak erg verbaasd als ze horen dat woorden als Bajes en Jatten van het Jiddisch komen.

Ook vanuit de kant van de gast gezien is het echter niet altijd fijn. Het woord gast zegt het al. Als je ergens te gast bent ben je op een bepaalde manier ondergeschikt. Je moet je aanpassen aan de gewoontes van je gastheer of gastvrouw. Dit kan gaan over betrekkelijk kleine dingen zoals wanneer  en wat je eet of  dat je wel of niet schoenen uit doet, maar kan veel verder gaan. Soms kan het voelen alsof je je eigen identiteit moet opgeven. Iets wat zeer beangstigend kan zijn, zeker bij mensen die je niet zo goed kent. 

In de Joodse traditie komt dit ook naar voren in het verhaal van Abraham wat we hebben gelezen . Hij vroeg zijn gast om mee te doen met zijn gebed en toen de gast dit weigerde werd Abraham boos. Hij stuurde hem zelfs weg. Volgens Abraham en vele met hem moet je je als gast aanpassen aan de gewoontes van je gastheer. Als hij wilt dat je bidt, bid je. Dat is soms in de interreligieuze dialoog erg lastig. Wat als je ergens te gast bent waarbij je moet bidden voor een God waar je niet in gelooft? Moet je dit dan toch doen uit beleefdheid? Of is het juist beleefdheid van de gastheer om dat niet van zijn gast te vragen. God spreekt Abraham in ieder geval aan op zijn gedrag. Als God zijn huis open kan stellen voor mensen van een andere religie/afkomst, waarom vinden wij dat dan vaak zo moeilijk?

 Daarnaast geeft het idee van ergens gast zijn een bepaalde afstand aan. Toen ik na een relatie van bijna 6 jaar nog steeds “te gast” was bij mijn schoonfamilie voelde ik mij afgewezen. Een gast is altijd een soort van buitenstaander, geen insider. Dit wordt vooral belangrijk als het gaat over de nieuwe Nederlanders. Natuurlijk is het belangrijk om ze gastvrij te behandelen. Ze te verwelkomen in ons land, in onze huizen, aan onze tafels. Maar belangrijker is om te zorgen dat het niet meer gasten zijn. Ze Nederlands te leren, op onze scholen laten komen, ze echt thuis te laten zijn in Nederland. Het is belangrijk duidelijk te maken dat ze echt welkom zijn hier, niet als gasten maar als volwaardige burgers van Nederland. Dan pas kunnen ze een gelijkwaardige positie krijgen. 

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑