Lezing Pardes

Op 14 december heb ik een lezing bij Pardes gehouden over gastvrijheid binnen het Jodendom, ter introductie van het nieuwe boek Abrahim/Ibrahim van o.a. Marcel Poorthuis en Leo Mock. Hieronder de tekst van mijn lezing:

Gastvrijheid is een thema dat door de geschiedenis heen altijd al belangrijk is geweest en misschien wel steeds belangrijker wordt. We worden tegenwoordig in de media constant geconfronteerd met verschrikkelijke beelden van oorlog en vluchtelingen. Het is daardoor makkelijk om je in je eigen “veilige” groep terug te trekken en niet meer het contact met de ander op te zoeken.  Hierdoor worden de verschillen echter alleen maar groter. Onbekend maakt immers onbemind. Juist in periodes van onrust moet je in mijn mening “de ander” bij je thuis uitnodigen en het contact leggen.

Het Jodendom heeft een rijk verleden als het gaat om gastvrijheid. Al in de verhalen over Abraham, onze eerste aartsvader, zie je terug dat gastvrijheid een belangrijk is. Kenmerkend voor zijn persoon, is het begrip Chesed wat je kan vertalen als vriendelijkheid of genade. Omdat dit een breed begrip is valt hier veel onder.  Een van de meest essentiele vormen van Chesed is wat mij betreft echter het idee van Tikkoen Olam. Hierbij draait het om het verbeteren van de wereld. Dit kan op grote schaal zoals de klimaattop in Parijs of op kleinere schaal zoals het uitnodigen van je alleenstaande buurvrouw voor een kopje koffie.

Beide aspecten zie je terug bij Abraham. Hij probeert op grotere schaal de wereld te veranderen maar ook zeker op kleinere schaal. Zo heeft hij een open tent met vier ingangen waardoor gasten makkelijk naar binnen kunnen komen en van zijn eten kunnen genieten. Ze hoeven zich hierbij niet te schamen. Bezoekers waren altijd welkom. Die gastvrijheid gold voor iedereen:  Jood of niet Jood. Op het moment dat Abraham de niet Jood wegstuurt omdat deze weigert een dankgebed over de maaltijd te zeggen wordt Abraham hiervoor bekritiseerd door God. Iedereen moet welkom zijn! Deze laagdrempelige manier van gastvrijheid is iets waar iedere Jood ( en niet-Jood) van zou kunnen leren. De Joodse traditie leert ons immers dat we het licht onder de volkeren moeten zijn, een voorbeeld voor iedereen. Door onze eigen deuren open te zetten en vreemden bij ons te verwelkomen kunnen we de wereld een stukje mooier maken.

Dit is echter niet altijd makkelijk. Er heerst momenteel veel angst. De dreiging voor aanslagen is overal aanwezig, de vluchtelingen lijken het land te overspoelen en overal waar je kijkt heerst er gevaar. Als je de media tenminste moet geloven. Het is dan eng om zomaar mensen in je huis of synagoge toe te laten waarvan je de intentie niet kent. Is het wel veilig? Zo niet voor jezelf dan in ieder geval voor je kinderen. Is het wel veilig om een AZC middenin een Joodse buurt te bouwen? Veel vluchtelingen komen immers uit landen waar antisemitisme iets heel normaals is. Is het dan wel veilig om je kinderen, die er orthodox Joods uit zien, er langs te laten fietsen naar school?

Aan de andere kant is de constante aanwezigheid van de marechaussee voor de deuren van Joodse instellingen ook niet echt verwelkomend te noemen. Ik ben actief in de trialoog tussen Joden, christenen en moslims  en neem soms geïnteresseerden mee naar de synagoge. Ze moeten dan dagen van tevoren een kopie van hun paspoort sturen en worden aan de deur nog even extra ondervraagd. Het is helaas nodig maar echt welkom ( of veilig) voelen ze zich niet.

Gelukkig zijn er nog ondanks deze angst nog genoeg ( Joodse) initiatieven die juist wel het contact opzoeken. Zo is er het project Leer je buren kennen van de Liberaal Joodse gemeente waar ik sinds kort deel vanuit maak. Het project is opgezet om de leerlingen van het nabijgelegen ROC een mogelijkheid te geven om contact te leggen met “Joden in het wild”. De leerlingen krijgen de kans om vragen te stellen. Hierbij is geen vraag of stelling te gek. Belangrijk is dat ze zich veilig genoeg voelen om alles te vragen en te zeggen. Hierna kunnen ze  een blik te werpen in de synagoge. Natuurlijk gaan ze niet weg zonder een stukje boterkoek en koffie. Gastvrijheid is geen gastvrijheid zonder eten.

Een ander project waar ik aan meewerk is Mo en Moos. Hierbij krijgen Joodse en islamitische Young professionals een  zeer intensieve training van de gemeente Amsterdam.  Om de twee weken kwamen we op zondagen bij elkaar om vier uur achter elkaar allerlei trainingen te krijgen. Hierbij ging het o.a. om debat training, media training maar ook zeker training in elkaars religie. Een van de krachten van het project is dat de les de ene keer plaats vind in de Liberaal Joodse gemeente en de andere keer in het islamitisch jongeren centrum Argan. Dit zorgt ervoor dat je op plaatsen komt waar je normaal gesproken nooit zou binnen stappen. Ook hierbij is het eten een belangrijke factor. Onze trainers, Chantal Suissa en Cihan Tekeli, zorgen altijd voor heerlijke koosjere Burekas, die zowel bij de moslims als de Joden bekend zijn.

We zijn met dit project ook op bezoek geweest in elkaars gemeenschappen. Zo zijn we allemaal naar de besnijdenis van het zoontje van een van de deelnemers geweest in een orthodoxe sjoel. Er waren nog nooit zoveel moslims naar binnen geweest. Ook hebben de moslims ons deel gemaakt van hun gebed, wat erg indrukwekkend was om te zien.

Bij beide projecten heb ik gemerkt dat de kracht ontmoeting is. Veel mensen hebben nog nooit een Jood in het wild gezien, in ieder geval niet bewust. Hierdoor ontstaan er vooroordelen die niet ontkracht kunnen worden, simpelweg omdat je daar niet de kans toe krijgt. Door iemand of een groep bij je thuis uit te nodigen krijg je de kans iets van jezelf te laten zien. Of dat nou in de Synagoge is of in je eigen huis. Dan kom je er vaak achter dat je veel meer gemeen hebt dan je in eerste instantie kan zien. Dat merk je zeker bij Mo en Moos, waarbij we intussen zo een vertrouwen hebben opgebouwd dat we elkaar alles durven vragen en vertellen. Veel gevoelens en ervaringen blijken we gemeenschappelijk te hebben.

Hoewel dit soort projecten erg belangrijk zijn op kleine schaal, is het ook erg belangrijk om positief in de media te treden met dit soort verhalen. De media pikt vaak de negatieve verhalen eruit, zoals het protest van wat Joodse bewoners in Buitenveldert tegen de komst van een AZC middenin de Joodse wijk. Het is natuurlijk ook belangrijk om alle verhalen te laten zien, maar laat dan ook de positieve kanten zien. Wij zijn met de Liberaal Joodse gemeente Amsterdam al twee keer langs de vluchtelingen in de Havenstraat gegaan om daar een feestje te bouwen. De initiatiefnemers vonden het belangrijk om de vluchtelingen duidelijk te maken dat zij hier welkom zijn. Ook of zelfs vooral door de Joden. Dit verhaal heeft wel in de Volkskrant gestaan maar de aandacht hiervoor was aanzienlijk minder dan voor het negatieve verhaal.

Al met al is het denk ik belangrijk om ons te blijven realiseren hoe belangrijk het is om een open en gastvrije houding te hebben ten opzichte van de ander. De Joden worden nou eenmaal onder de loep gelegd van de pers en juist daarom is het essentieel om het goede voorbeeld te blijven geven, ook of misschien wel juist in moeilijke tijden. Als we ons door angst laten leiden segregeert de samenleving alleen maar meer

Joden en Syriërs vrienden? Zeker!

Afgelopen dinsdag bezocht een aantal mensen van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam het asielzoekerscentrum aan de Havenstraat in Amsterdam. Na alle commotie rondom het plaatsen van een opvang in Amstelveen leek het hen belangrijk een positief signaal af te geven aan de vluchtelingen. Ook of misschien wel juist de Joodse bevolking van Amsterdam wil hen van harte welkom heten. Een verslag van Anne-Maria van Hilst.

Door: Anne-Maria van Hilst

Toen ik vanuit mijn synagoge de mail kreeg met de vraag om langs te gaan bij de vluchtelingen aan de Havenstraat moest ik toch even nadenken. Hoewel ik het niet eens ben met alle bangmakerij rondom de vluchtelingen, vroeg ik mij toch af hoe verstandig het was om met een groep Joden op bezoek te gaan bij getraumatiseerde Syriërs. Voor veel Syriërs is Israël toch staatsvijand nummer één. Niet iedereen kan altijd het verschil zien tussen Joden en Israëliërs. Na de zoveelste schokkende beelden, nu vanuit Steenbergen, was ik om. Een positief signaal afgeven aan deze mensen was het allerbelangrijkste. Ze hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt en moeten weten dat ze in Amsterdam veilig en welkom zijn. Ook of misschien wel vóóral de Joodse bevolking van Amsterdam heet hen welkom!

We kwamen binnen met allerlei muziekinstrumenten, lekkere hapjes en lachende gezichten. Er was hun verteld dat de Joodse gemeenschap van Amsterdam een feestje kwam bouwen, dus de verwachtingen waren hoog. De eerste minuten stonden we elkaar een beetje ongemakkelijk aan te staren, maar toen onze voorzanger Gilad de gitaar pakte en een lied begon te zingen was het ijs snel gebroken. Het lied, in zowel Arabisch als Hebreeuws, lokte al snel een gezellig gezang uit van de groep. Toen er een groep in oranje shirts geklede Irakezen binnenkwam met een grote Nederlandse vlag, begon het feestje pas echt.

Terwijl ik aan het meezingen was, kwam een jonge Syrische man op me af. Hij keek me lachend aan en stak zijn hand uit en zei in het Nederlands: “Ik heet Wissam, wie jij? Je hebt hele mooie ogen.” ik stelde mezelf voor en we begonnen een gesprek, half in het Nederlands, half in het Engels. De 22-jarige jongen vertelde dat hij pas twintig dagen in Amsterdam was. Ik was verbaasd dat hij al zo goed Nederlands kon spreken. Daarna vertelde hij dat hij elke dag lessen kreeg. Hij was bezig geweest met een opleiding in Syrië toen hij daar weg moest gaan. Hij miste het studeren. Hij vertelde dat hij en zijn vriend Nachus al door heel Amsterdam waren gelopen en dat iedereen vriendelijk tegen hun deed.

Geleidelijk kwamen er steeds meer mannen om me heen staan. Iedereen stelde zich vriendelijk voor en vroeg of ze met me op de foto mochten. Ze wilden laten zien hoe Nederlandse vrouwen eruit zagen aan hun vrienden en familie in Syrië. Mohammed, een wat oudere man die advocaat was in Syrie, vroeg me zelfs om een filmpje te maken waarbij ik wat woorden in het Nederlands zei. Dit stuurde hij vervolgens naar zijn vrouw en kinderen. Hij liet daarna trots foto’s zien van zijn twee zoons die achtergebleven waren daar. Hij wilde niets liever dan ze meteen hier naartoe halen.

Ik vroeg aan Wissam of ze wisten dat wij Joods waren en of dat geen probleem was. Hij vertelde dat sommigen bewust in hun kamers gebleven waren om ons niet te hoeven zien, maar dat de overgrote meerderheid erg blij met ons was. “Jullie zijn toch gewoon mensen. Het is zo leuk dat jullie een feestje met ons komen vieren.” Nou en een feestje werd het. Er werd gezongen, gedanst en gekletst. Iedereen door elkaar heen, hand in hand. Volgens mij voelden ze zich welkom, zoals het hoort. Joden en Syriërs vrienden? Zeker!

Dit artikel verscheen eerder op: http://www.nieuwwij.nl/opinie/syriers-en-joden-vrienden-zeker/

Lezing Bijspijkerdagen Dominicanenklooster Huissen

Afgelopen augustus werd ik gevraagd om te spreken op de Bijspijkerdagen van het dominicanenklooster in Huissen. Al gedurende enkele jaren organiseert dit klooster voor het begin van het nieuwe seizoen een weekend vol met lezingen. Diverse wetenschappers op het gebied van religie waren gevraagd om hun visie te geven op een onderwerp dat zij erg belangrijk vonden. Onder andere Anne Dijk (Fahm), Arnold Yasin Mol ( Fahm)  en Patrick Chatilion Counet (Vu) waren sprekers. Ik vond het dan ook een hele eer dat ik ook mijn zegje mocht doen

.IMG_20150828_163007013_HDR

Na lang wikken en wegen besloot ik het onderwerp van mijn masterscriptie te bespreken: Bronnen van eerbaarheid/Tzinioet voor Ashkenazische vrouwen in Achttiende-eeuws Amsterdam. Dit is een onderwerp waar nog maar weinig onderzoek naar gedaan is maar wat mijns inziens wel erg interessant is. Zeker als je hierbij de vergelijking kan trekken naar de hedendaagse tendens. Omdat de doelgroep van deze lezing bestond uit theologen die weliswaar zeer goed bekend waren met de Bijbel maar niet met Joodse termen zoals Tzinioet, heb ik geprobeerd mijn lezing door middel van een powerpoint zoveel mogelijk te verduidelijken.

Het onderwerp is grofweg te verdelen in drie deel onderwerpen: Traditionele Halacha ( o,a, Talmoed, Misjnei Tora en Shulchan Aruch), Jiddische Halacha ( Lev Tov, Brantspigl en Seder Mitswot haNasjim) en Jiddische Musar ( Tsennerenne  en Maaseh Buch). Ik heb beschreven hoe in deze boeken de diverse vormen van Tzinioet, zoals omgang met de man en niet-joden, worden beschreven en of hier een algemene tendens in zichtbaar was. Daarna heb ik gekeken hoe er nu tegen tzinioet wordt aangekeken in Ashkenazisch Amsterdam. Hierbij moet natuurlijk altijd het onderscheid gemaakt worden tussen orthodox en liberaal. Belangrijkste is misschien wel dat de visie op eerbaarheid een combinatie is van de ideeën van je omgeving en je eigen gevoel. Er is niet één correct antwoord maar heel veel verschillende interpretaties. Wel worden nog steeds veel dezelfde boeken gebruikt zoals de Shulchan Aruch 

Aan het einde van mijn lezing heb ik de deelnemers een stukje laten lernen. Ik had hiervoor het lied/gebed Esjet Chayil uitgekozen wat traditioneel de man voor zijn vrouw zingt op Sjabbatavond. De deelnemers kregen wat vragen naar aanleiding waarvan ze de tekst beter konden bestuderen. Kernvraag hierbij was : Wat zegt het feit dat dit lied nog steeds gelezen wordt over de rol van eerbaarheid van de vrouw in hedendaags Jodendom? Na de bestudering van de tekst heb ik een klassikale discussie gevoerd. Hierbij zijn er natuurlijk geen foute of goede antwoorden, alleen interpretaties

.IMG_20150828_162859550_HDR

De reacties waren overwegend positief. Vooral het lernen vonden de deelnemers interessant, maar ook de verschillende ideeën over eerbaarheid sprak veel mensen aan. Hopelijk kan ik volgend jaar er weer bij zijn.

Mag ik je hoorntjes even voelen?

Een tijdje geleden mocht ik een stuk schrijven over de dialoog voor de website Nieuw Wij.

Hieronder mijn verhaal:

Onze samenleving wordt meer en meer een smeltkroes van verschillende culturen en religies. Door immigratie wordt de diversiteit van talen, gewoontes en rituelen in Nederland steeds groter. Hoewel dit heel veel culturele rijkdom geeft, groeit ook het risico op onbegrip en miscommunicatie. Belangrijk is daarom dat er meer initiatieven gesteund worden op het gebied van educatie in diversiteit.

Door: Anne-Maria van Hilst

Diversiteit is iets waar ik mij al vele jaren mee bezighoud. Als klein meisje was ik al geboeid door de verschillende culturen die zich in Amsterdam bevinden. Ik ben opgegroeid in Amsterdam- Zuidoost en op mijn Montessori basisschool zaten leerlingen die uit tientallen verschillende landen kwamen. Elk met hun eigen keuken, talen en gewoontes. Doordat het zo divers was praatte iedereen wel Nederlands maar leerden we veel van elkaars cultuur. Dit werd gesteund door de school, die onder andere festivals organiseerde.  Hierbij verkleedden wij ons in onze klederdracht, namen we ons eigen eten mee en vertelden we over onze cultuur. Al die andere culturen werden hiermee niet iets “engs” of “vreemds” maar iets wat je eigen leven en cultuur kon verrijken.

Dat dit niet bij alle mensen zo ging ontdekte ik al snel. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik merkte dat voor sommige mensen “anders” als iets negatiefs werd gezien. Onbekend maakte onbemind. Ik had al heel vroeg het gevoel dat dat mijn taak was hier wat aan te doen. Door mensen elkaar te laten ontmoeten en dan vooral op jonge leeftijd, kan je heel veel problemen wegnemen.

Dit idee heb ik in mijn werkende leven tot uiting gebracht. Ik werk bij diverse organisaties die contact met de ander bevorderen. Zo is er het Joods Historisch Museum. Bij mijn werk in het kindermuseum van het JHM kom ik vaak in contact met groepen kinderen die nog nooit een Joods iemand hebben gezien. Als ze aan Joden denken, denken ze aan Anne Frank, de Tweede Wereldoorlog of Israël. Joden zijn of een bijna uitgestorven groep of een vijand. Ik ga dan echter met de kinderen in gesprek en probeer te vertellen dat er Joden in alle soorten en maten zijn. Ook wijs ik ze erop dat veel van de Joodse gebruiken erg lijken op die van bijvoorbeeld de christenen of de moslims. Daarna zie je dat ze opener worden.

Dit merk je ook bij de lessen die ik voor Diversion ( een bureau voor maatschappelijke innovatie) geef voor het project Gelijk=gelijk?!. Hierbij ga je basisschoolklassen af met een Joodse, homoseksuele en islamitische jongere om te praten over discriminatie. In het begin merk je vaak dat de leerlingen verbaasd zijn dat je Joods bent. Het vijandsbeeld wat ze soms hebben meegekregen past niet bij het meisje wat voor hun neus staat. Ik probeer hierbij altijd een hele open houding te hebben en vragen te stimuleren. Er zijn geen gekke, beledigende of stomme vragen. Zo was er bijvoorbeeld eens een meisje dat vroeg of ze mijn hoorntjes mocht voelen omdat ze had gehoord dat alle Joden demonen waren. Hoewel je hier natuurlijk van schrikt, vind ik het wel heel fijn dat leerlingen zich bij mij zo veilig voelen dat ze dit kunnen vragen. Liever dat ze zoiets vragen dan dat ze nog steeds met twijfels of vooroordelen naar huis gaan.

Als ik aan het einde van zo een dag als feedback van de kinderen krijg “ ik had nog nooit een jood ontmoet maar nu vind ik u lief” dan is dat een goede dag. Een goede verhouding met de ander krijg je niet door dwang of geweld maar door elkaar te leren kennen. Bekend maakt bemind!

Trialoogweekend

Afgelopen weekend was ik begeleider bij het trialoogweekend in het dominicanenklooster in Huissen. Het doel  van dit weekend was om met Joodse, christelijke en islamitische vrouwen samen te komen en teksten te bestuderen onder het thema volharding. De organisatie had elk voor zich een stuk van hun eigen heilige boeken voorbereid om samen met de groep te bestuderen. We hadden afgesproken om ons vooral te concentreren op de rol van Hagar/Hajar binnen de verschillende tradities.

De sfeer van het weekend was erg goed. We hadden van tevoren afgesproken om politiek zoveel mogelijk buiten de beschouwing te laten, vooral ook omdat de verhoudingen ( 1 Joodse, 6 moslima’s en 10 christenen)  niet helemaal evenwichtig waren. Toch was het erg fijn dat verschillende islamitische vrouwen naar mij toekwamen om aan te geven dat hoewel we waarschijnlijk van mening verschilden als het ging over Israël, ze dat goed konden loskoppelen van hun gedachten over Joden.

Hoewel het weekend erg vermoeiend was gaf het ook veel energie. Iedereen was erg open, stelde veel vragen en moedigde erg aan dat ik de joodse rituelen voordeed. Ook waren ze erg enthousiast over de door mij begeleide manier van leren: het Lernen. Hierbij ga je in tweetallen heel diep in op een tekst. Je bestudeert hierbij echt alle punten en komma’s en bekijkt hoe je een woord nog meer kan interpreteren. Overigens bestaat  hierbij geen goed of fout. Het gaat erom dat je het goed kan beargumenten. Na ongeveer een half uur studie ga je vervolgens de tekst plenair bespreken. We hebben alle teksten op deze manier bestudeerd.

trialoogweekend

Afgelopen maandag werden we gevraagd om het weekend nog eens op de radio te komen bespreken bij het programma Dichtbij Nederland. Ik heb hierbij met de islamitische Anne Dijk en de christelijke Wilma Blaak verteld over hoe mooi het was om op zo een open manier bezig te zijn met de teksten. U kunt dit naluisteren.

Al met al dus een zeer inspirerend weekend. Ik kijk uit naar de volgende! Hopelijk wel met een wat evenwichtigere samenstelling.

Diversiteit

Al sinds ik mij kan herinneren ben ik zeer geïnteresseerd in de diversiteit van de samenleving. Mijn basisschool in Amsterdam zuidoost was een smeltkroes van mensen van tientallen verschillende afkomsten en religies. De favoriete tijd van het jaar was voor mij altijd het kerstdiner omdat alle kinderen van de klas dan gerechten meenamen van hun land van herkomst. Al die geuren, kleuren en smaken…. Heerlijk!

diversiteit

Diversiteit loopt echter niet altijd op rolletjes. Sommige mensen voelen zich bedreigd door ‘de ander’, vooral als ze de ander niet kennen. Ze zijn bang dat ‘de ander’ hun eigen cultuur/religie/gewoontes verdringt en dat ze niet meer zichzelf kunnen zijn. Dit kan leiden tot angst, woede of zelfs haat voor mensen met een andere religie, afkomst of seksualiteit. Dit is echter vaak gebaseerd op gebrek aan kennis over deze ander.

Ik vind het daarom belangrijk om me zoveel mogelijk in te zetten op het in contact laten komen van verschillende bevolkingsgroepen. Dit kan door educatie of door dialoog. Zo ben ik actief bij dialoogbijeenkomsten, geef ik lessen over het jodendom op verschillende scholen en doe ik mee aan Mo en Moos. Bij Mo en Moos werken we met Joodse en islamitische Young professionals ( 25-35) aan wederzijds begrip door het overbrengen van kennis en dialoog. Hierover later meer.

Een ander project waar ik veel mee bezig ben is gelijk=gelijk van Diversion. Hierbij ga je verschillende basisscholen af met een Joodse (moi), islamitische en homoseksuele peer. Je vertelt hierbij over wat je eigen ervaringen zijn met discriminatie maar ook over welke vooroordelen je zelf gehad hebt. Vooral het feit dat je dit met zo een gemengd groepje doet spreekt de kinderen vaak erg aan. Ook is het voor onszelf erg leuk. Ik werk veel samen met twee peers: Bobby en Y. en ik heb super veel van hun geleerd over hun kijk op de wereld. We gaan af en toe wat leuks doen en dan kletsen we weer heerlijk bij. Zo leer ik ook zelf elke dag weer bij over diversiteit!

 

Geloofsdagen op het Ijburgcollege

Een paar weken geleden werd ik gevraagd om een gastles te geven over het Jodendom aan de klas van het 4 VMBO op het Ijburgcollege in Amsterdam. Een keer per jaar hebben ze hier namelijk een week geheel gewijd aan de verschillende wereldreligies. De leerlingen begonnen de eerste dag met een prikkelende film over religie. Daarna kregen ze lessen over religie. De tweede dag gingen de leerlingen verschillende gebedshuizen af en de derde dag moesten ze alle verworven kennis tentoonstellen door hun klaslokaal om te toveren in een huis van gebed.

Dit jaar bekeken ze de documentaire Het kaf of het koren, over de beweging rondom de Amerikaanse dominee Harold Camping die geloofde dat op 12 mei 2011 het einde der tijden zou aanbreken. De documentaire geeft weer wat de gedachtegang was van zijn aanhangers, hoe ver zijn aanhangers gingen in hun denkbeelden en hoe dit soms families verscheurde.

Na geprikkeld te worden door deze documentaire gingen de leerlingen terug naar hun klaslokaal. Ze kregen vervolgens een geloof toegewezen. Er waren vertegenwoordigers van de protestantse en katholieke kerk, soefi moslims, een boeddhist en zelfs een Sikh aanwezig. Het was de bedoeling dat wij in 2,5 uur de leerlingen een indruk zouden geven van onze beleving van het geloof. Hierbij ging het voornamelijk om wat wij erbij voelden en dachten, maar het was ook belangrijk om de leerlingen een helder beeld te geven van belangrijke voorwerpen en symbolen van ons geloof. De leerlingen moesten namelijk aan het einde van de week mede gebaseerd op deze les een lokaal inrichten als een huis van ons geloof.

IMG-20150108-WA0001

Ik begon met een inventarisatie van hun voorkennis. Ik liet ze placemats maken waarbij ze moesten opschrijven wat ze al wisten van het Jodendom, maar vooral wat ze nog wilden leren. Naar aanleiding hiervan maakte ik een woordspin op het bord. De al aanwezige kennis verbaasde mij. Ze kenden al veel termen zoals Bar/Bat Mitswa, Sjabbat, Chanoeka en klaagmuur. De meeste leerlingen deden goed mee aan deze opdracht. Wel ontstond er even commotie toen een van de leerlingen nogal heftig verklaarde Israël niet te erkennen en alle zionisten slechte mensen te vinden. Gelukkig lukte het me snel om het weer in goede banen te leiden door de leerling allereerst te bedanken voor het geven van haar mening en daarna erop te wijzen dat ik hier was om te praten over het Jodendom en niet de Israëlische politiek. Dit lukte gelukkig goed.

Na het inventariseren ging ik verder met het beantwoorden van vragen. Er waren veel vragen over mijn eigen kijk op bepaalde Joodse tradities en mijn mening over bijvoorbeeld homoseksualiteit en het Jodendom. De leerlingen stelden heel veel geïnteresseerde vragen waardoor het gesprek goed op gang kwam. Na de vragen vertelde ik kort wat over Chanoeka en liet ze wat van de door mij meegebrachte voorwerpen zien. Hierna werden de leerlingen verdeeld in groepjes die de verschillende voorwerpen moesten onderzoeken en er een stuk over moesten schrijven. Zo schreef de ene groep wat over de Tora, de andere wat over de Chanoekia en een derde over een Kiddoesjbeker. De meesten namen deze opdracht heel serieus en de presentatie die erop volgde was dan ook heel interessant.

Om leuk te eindigen had ik tenslotte wat brooddeeg meegenomen en we zijn met zijn alle challetjes gaan bakken. Dit vonden de leerlingen ook erg leuk. Ze waren erg enthousiast en letten goed op. Toen de challetjes in de oven waren sloten we de les met zijn allen af. De leerlingen moesten een tip/top kaart invullen waarbij ze moesten aangeven wat ze leuk vinden en wat minder. Het was erg leuk om te lezen dat ze het zo leuk vonden dat ze alles mochten vragen en dat ik zo eerlijk was geweest over mijn eigen ervaringen in het Jodendom. Al met al was het een zeer interessante en leuke ervaring!